VERENIGDE STATEN & CANADA
Soms brengt internet meer dan alleen informatie.
Soms brengt het familie terug.
De naam Huizinga kom je tegenwoordig overal ter wereld tegen. Toch begint het verhaal van veel van die families op één plek: het dorp Huizinge in Groningen. Generaties geleden verlieten verschillende familieleden hun geboortegrond om elders een bestaan op te bouwen. Sommigen trokken naar Amerika, op zoek naar kansen, ruimte en een nieuw leven.
Ruim een eeuw later zorgde het internet ervoor dat die oude familielijnen opnieuw met elkaar verbonden werden.
Zo kwam ik in contact met twee verre Amerikaanse neven. Wat begon met e-mails en stambomen groeide uit tot uitnodigingen. In 2005 bezocht ik voor het eerst verre familie in de Verenigde Staten. Een jaar later volgde een tweede reis, die me naar de staat New York bracht, maar ook naar Chicago, Toronto en een grote familiereünie.
Op 12 mei 2006 begon het avontuur.
Nog voor zonsopgang reed ik richting Schiphol. Terwijl Nederland langzaam ontwaakte, maakte ik me op voor een reis naar familieleden die ik pas kort kende, maar met wie ik een geschiedenis deelde die eeuwen terugging.
Na een rustige vlucht landde ik in Philadelphia.
Bij de aankomsthal zag ik mijn neef direct staan. Het was een vreemd gevoel. We hadden elkaar nooit eerder ontmoet, en toch voelde het alsof we elkaar al jaren kenden.
Samen reden we naar Chenango Forks, een klein plaatsje in de staat New York. Daar maakte ik kennis met zijn vrouw, hun kinderen en het ritme van het Amerikaanse platteland.
De eerste dagen stonden in het teken van de omgeving.
We bezochten de watervallen en ravijnen rond Ithaca, wandelden door natuurgebieden en reden langs uitgestrekte bossen en heuvels. Het weer werkte niet altijd mee. Soms begon het te regenen precies op het moment dat we wilden picknicken. Maar zelfs dan bleef het landschap indrukwekkend.
Wat me vooral opviel, was de ruimte.
Alles leek groter dan thuis.
De wegen.
De auto's.
De afstanden.
Zelfs de lucht leek groter.
Op zondag vergezelde ik de familie naar hun kerk. Ik wist niet goed wat ik moest verwachten. In Nederland had ik vaak het beeld van streng georganiseerde Amerikaanse kerkdiensten.
De werkelijkheid bleek heel anders.
De sfeer was ontspannen en gastvrij. Iedereen beleefde zijn geloof op zijn eigen manier, zo werd uitgelegd. Uiteindelijk kwamen al die verschillende overtuigingen volgens hen op hetzelfde punt uit.
Na afloop bezochten we een boerderij van familievrienden. Tot mijn verbazing bleek zich onder hun grond een eigen aardgasvoorraad te bevinden. Daardoor beschikten ze over goedkope energie. Het was een typisch Amerikaans verhaal: praktisch, nuchter en net iets groter dan je je vooraf had voorgesteld.
Een paar dagen later reden we naar New York City.
Al vroeg in de ochtend vertrokken we richting Manhattan.
Toen we vanuit Grand Central Station de stad in liepen, voelde het alsof ik een filmdecor binnenstapte. De wolkenkrabbers, de drukte en het eindeloze verkeer waren precies zoals je ze kent uit films en televisieseries.
Het meest indrukwekkende was Ground Zero.
Nog geen vijf jaar eerder hadden hier de Twin Towers gestaan. Nu was er slechts een enorme leegte in het hart van Manhattan. Duizenden toeristen liepen zwijgend langs de hekken rondom de bouwplaats.
Daarna namen we de boot naar Liberty Island.
Vanaf het water lag Manhattan als een stenen muur aan de horizon. En daar stond ze dan: het Vrijheidsbeeld.
Een icoon dat ik al honderden keren had gezien op foto's, maar dat in werkelijkheid veel meer indruk maakte.
Die avond verbleven we bij vrienden van mijn neef in Scarsdale.
Hun gastvrijheid was overweldigend.
Ik begon langzaam te begrijpen dat gastvrijheid voor veel Amerikanen bijna een vanzelfsprekend onderdeel van het leven is.
Op de terugweg bezochten we West Point, de beroemde militaire academie waar generaties Amerikaanse officieren waren opgeleid. Daarna volgde een bezoek aan Howe Caverns, een indrukwekkend grottenstelsel verborgen onder de heuvels van New York State.
Ondergronds stroomden riviertjes langs rotswanden die duizenden jaren oud waren.
Zelfs na alle indrukken van New York wist die plek me nog te verrassen.
Een paar dagen later begon een lange autorit naar Chicago.
Twaalf uur onderweg.
Bossen maakten plaats voor landbouwgebieden. Heuvels veranderden in vlakke landschappen. Onderweg reden we door Ohio en Indiana, totdat de skyline van Chicago aan de horizon verscheen.
Daar wachtte een deel van de familie.
En wat voor familie.
Knuffels waren er bijna een standaardbegroeting. Als nuchtere Groninger moest ik daar even aan wennen, maar binnen een paar minuten voelde ik me welkom.
Het hoogtepunt van het bezoek kwam een dag later.
De familiereünie.
Mensen uit verschillende staten kwamen bijeen. Sommigen kende ik alleen van foto's of e-mails. Anderen had ik nog nooit gezien.
Toch hadden we iets gemeenschappelijks.
Een familienaam.
Een gedeelde geschiedenis.
En ergens, ver weg aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, een klein Gronings dorp als oorsprong.
De gesprekken gingen over familieverhalen, emigratie, stambomen en herinneringen. Op verschillende tafels lagen documenten en schema's waarin generaties Huizinga's waren vastgelegd.
Het voelde alsof geschiedenis ineens tastbaar werd.
Alsof de afstand tussen Groningen en Amerika voor één dag verdwenen was.
Na Chicago reisden we verder naar Canada.
Toronto begroette ons met frisse temperaturen en een indrukwekkende skyline. Natuurlijk bezochten we de CN Tower, die hoog boven de stad uitstak. Maar het waren opnieuw de mensen die de meeste indruk maakten.
Vrienden van mijn neef ontvingen ons alsof we oude bekenden waren.
Op de terugweg maakten we een tussenstop bij de Niagara Falls.
De watervallen waren indrukwekkend, maar eerlijk gezegd vond ik de omgeving eromheen minder bijzonder. Hotels, neonverlichting en toeristische attracties probeerden voortdurend je aandacht te trekken.
De natuur zelf bleef echter indrukwekkend.
Miljoenen liters water die onafgebroken de diepte instortten.
Terug in Chenango Forks volgden nog enkele rustige dagen.
We zaten rond een kampvuur.
Roosterden marshmallows.
Luisterden naar gitaarmuziek.
Probeerden te golfen, honkballen en boogschieten.
En maakten plannen voor toekomstige reizen.
Op een van de laatste dagen nam mijn neef me mee de bossen in om me kennis te laten maken met de Amerikaanse jachtcultuur. In camouflagekleding zwierven we door het bos op zoek naar wilde kalkoenen.
We zagen geen kalkoenen.
Wel eekhoorns, muizen en een hert.
Dat was eigenlijk al mooi genoeg.
Toen het afscheid naderde, gaf mijn neef me een van zijn natuurfoto's mee naar huis.
Een klein gebaar.
Maar precies het soort aandenken dat de reis samenvatte.
Want uiteindelijk ging deze reis niet over New York.
Niet over Chicago.
Niet over Toronto.
Zelfs niet over de Niagara Falls.
Het ging over mensen.
Over familieleden die elkaar generaties lang niet hadden gekend.
Over verhalen die ooit begonnen in Groningen en via emigraties, brieven, telefoongesprekken en uiteindelijk internet weer bij elkaar kwamen.
Toen ik terugvloog naar Nederland, voelde het niet alsof ik verre familie had bezocht.
Het voelde alsof ik familie had teruggevonden. In 2019 was ik er tot nu toe voor het laatst. Nieuw was toen een bezoek aan Washington DC.