ACHTERGRONDEN

Ambachtsschool Groningen

In tegenwoordigheid van ouders en belangstellenden had gisteravond in het café "Vogelzang", Nieuwe Ebbingestraat, de uitreiking van diploma's en de bevordering der leerlingen van de Ambachtsschool plaats. Na een woord van welkom, in 't bizonder gericht lot de heeren Romkes, vertegenwoordigende 't gemeentebestuur, Pekelharing, voorzitter der kleermakersvakschool, en Mulock Houwer, lid van het bestuur der teekenacademie "Minerva", stelde de voorzitter jhr. mr. D.R. de Marees van Swinderen, zich de vraag, of 1910 een goed jaar is geweest voor het vakonderwijs in 't algemeen en voor onze ambachtsschool in 't bizonder.

Spr. meende die vraag bevestigend te kunnen beantwoorden. 1910 toch was een jaar, waarin de grondslagen werden gelegd voor den vooruitgang van het vakonderwijs. Spreker stond hierop uitvoerig stil bij het, zooals hij het noemde, hoogst belangrijke en omvangrijke rapport der z.g. Ineenschakelingscommissie en wel dat deel daarvan betrekkelijk het vakonderwijs, waarbij van een reorganisatie geen sprake kon zijn, omdat hier elke organisatie ontbreekt. Het vakonderwijs immers moet nog georganiseerd worden. Dat de commissie, speciaal hare aandacht aan dat punt heeft gewijd, blijkt wel hieruit, dat 1/3 van haar rapport aan het vakonderwijs is gewijd.

bron: beeldbankgroningen.nl (bewerking)


Spr. ging nu de beide volgende vragen na: 1. Wat is er gegroeid van het lager vakonderwijs tot op heden, 2. Wat kan ervan komen naar de voorstellen der Ineenschakelingscommissie. De eerste vraag beantwoordde spreker gedeeltelijk uit eigen ervaring en gedeeltelijk aan de hand van genoemd rapport. In 1872 is de Ambachtsschool te Groningen geopend met 5 leerlingen (houtbewerking), thans zijn er 23 leeraren (de machinistenklasse inbegrepen) ruim 200 leerlingen, onderwezen worden 7 practische vakken, terwijl spr. de gegronde hoop heeft, dat het volgend jaar de typografie er bij komt. Aan subsidies geniet de School ruim f 3O.OOO. Tot 1892 moest zij het Zondder eenigen rijkssteun stollen. Hoe vertoont de school zich na veertig jaar?

Het moet luiden: bij stukken en brokken is het lager vakonderwijs langzamerhand gegroeid en tot ontwikkeling gekomen. Zeker, er is veel lot stand gekomen, maar, zei spr., er is nog geen behoorlijke centrale leiding en geen voldoende erkenning van het groote volksbelang, dat is gelegen in vakonderwijs, en toch zijn wij bij velen nog goed af. Daar is de behangersschool, de vakschool voor kleermakers. Wil dat alles nu zeggen, dat het Rijk zich niets gelegen laat liggen aan het vakonderwijs ? Neen, door dat te beweren zou men zich schromelijk ondankbaar toonen. Evenwel: om tot een geordenden toestand te komen, is noodig, dat het vakonderwijs wordt georganiseerd. Er valt nog alles te regelen.

Hoe denkt de Ineenschakelingscommissie zich die regeling? Zij stelt daarvoor twee hoofdgroepen: 1. algemeen vormend onderwijs, 2. opleiding tot een bepaald doeleinde (vakonderwijs, lager en middelbaar). Bedoelde Staatscommissie heeft nu aanvaard de moeilijke taak om een afzonderlijke wet op dat vakonderwijs te ontwerpen, daarbij erkennende dat de practijk verbeteringen zal aanbrengen. Maar eenmaal zal toch een aanvang moeten worden genomen, immers, de bouwstoffen, welke in den loop der jaren zijn bijeengebracht, mogen voldoende worden geacht om een wettelijke - elastische - regeling te kunnen ontwerpen. Spreker juicht het toe, dat de commissie het werk beeft aangedurfd.

Uit den aard der zaak dat werk, wat het vakonderwijs betreft, slechts vluchtig kunnende bespreken, wees de heer Van Swinderen er o.m. op, dat het volstrekt niet de bedoeling is de ambachtsschool tot een rijksschool te maken. Regel zal blijven, dat de school wordt opgericht door particuliere vereenigingen. Het leerplan komt overeen met het tegenwoordige. De Rijkssteun is imperatief; de voorwaarden, om dien steun te erlangen, zijn volstrekt niet knellend. De rechtstoestand der leeraren wordt beter geregeld, dezen zullen deelen in het rijkspensioen. Ten slotte stond spr. stil bij het punt: eindexamens, getuigschriften en toezicht. Het examen blijft schoolexamen. Spreker achtte de regeling goed. Na nog de aandacht op het leerlingenstelsel te hebben gevestigd, drukte spr. de hoop uit, dat lager onderwijs en lager vakonderwijs bij verheffing van het voorgestelde tot wet zóó zullen blijken te zijn ineengeschakeld, dat een steviger onderbouw is gegeven, omdat de lagere school aan den leerling, die naar de lagere vakschool overgaat, thans geen voldoende ontwikkeling bijbrengt. Een wet op het vakonderwijs is in zoovele opzichten een sociale wet. Spreker eindigde met de conclusie, dat de verschijning van het Rapport over Staatscommissie in 1910 dat jaar gestempeld heeft tot een jaar, dat in de geschiedenis van het vakonderwijs meetelt en van groot belang is. Op de rede van den heer Van Swinderen volgde een luid applaus. Vervolgens werden dc namen bekend gemaakt van hen, die bevorderd konden worden en die de school met goeden uitslag verlaten. (...)

Ten slotte richtte de heer Van Swinderen een kernachtig, pakkend woord van vermaning en afscheid tot de vertrekkende leerlingen. Een woord van hartelijken dank werd gebracht aan directeur en leeraren voor hun ijver en toewijding. De aanwezigen betuigden hiermede hun instemming door een warm applaus. De bijeenkomst werd daarop gesloten. In de school is gelegenheid tot het bezichtigen der teekeningen en werkstukken.

bron: Nieuwsblad van het Noorden (17 maart 1911)