De Raad der Stad Groningen en de Raad der Gemeente Ezinge ,
Gezien het Koninklijk besluit van den 21 Augustus 1818 , (Staatsblad no. 33) ;
Hebben , met gemeenschappelijk overleg , besloten als volgt :

Er zal een vast Beurtveer tot vervoer van Personen en Goederen bestaan tusschen Ezinge en Groningen , en wordt mitsdien het hiernavolgend Reglement en Tarief van Vrachtloonen vastgesteld :


REGLEMENT en TARIEF van Vrachtloonen voor de Volk- en Vrachtschuit , varende van EZINGE op GRONINGEN , vice versa.


Art. 1.
Dit Veer zal worden bevaren met eene goede overdekte en digte Schuit , geschikt om personen en goederen veilig , droog en wél bewaard te vervoeren , en voorzien van eene bekwame roef met genoegzame zitplaatsen ter behoorlijke breedte , alles ten genoegen der Plaatselijke Besturen van Groningen en Ezinge. De Schuit zal deswege niet eerder in de vaart mogen gebragt worden , dan nadat zij door de genoemde Plaatselijke Besturen is goedgekeurd en daarvan blijk aan den Ondernemer is gegeven.


Art. 2.
De Schuit zal tweemaal in het jaar, zoo van wege de Stedelijke Regering van Groningen , als van wege het Gemeentebestuur van Ezinge , worden nagezien; alle alsdan aan dezelve bevonden wordende gebrek zullen onverwijld moeten worden hersteld.


Art. 3.
De Schuit zal door de Schippers zelve moeten bevaren worden en voorts met een' of meer bekwame knechten, indien aan de Plaatselijke Besturen mogt voorkomen , dat het belang en de behoefte van de dienst zulks vereischen. In geval van ziekte of andere verhindering, zullen de Schippers hunne dienst door een geschikten persoon doen waarnemen , daartoe , indien het
beletsel slechts tijdelijk is , door den Burgemeester van Ezinge goedgekeurd. Zoo het beletsel echter langer dan zes weken heeft voortgeduurd , of de Schippers zich doorgaande door eenen anderen persoon zouden willen doen vervangen , wordt daartoe de goedkeuring der Besturen van de beide plaatsen vereischt.


Art. 4.
De Schippers en hunne Knechten zullen zich moeten onthouden van dronkenschap , en in de bediening van het Veer een ieder bescheiden moeten bejegenen. De pakgoederen zullen zoodanig moeten worden geplaatst, dat de reizigers daardoor niet gehinderd worden.

Art. 5.
De Schippers zijn verantwoordelijk voorde goede overkomst der aan hen toevertrouwde goederen , en voor alle handelingen van hunne Knechten, gedurende den tijd, dat zij bij hen in dienst zijn.


Art. 6.
De Schuit zal bij open water ten minsten tweemaal in de week varen , te weten des Dingsdags en des Vrijdags , telkens des morgens te half zes uur van Ezinge , en des namiddags te drie uur van Groningen.


Art. 7.
De Schippers zijn gehouden , de reis ten allen tijde met den meesten spoed voort te zetten , en zullen niet mogen aanleggen , of zich onderweg ophouden , langer dan tot lossen en laden of tot verpoozing van het paard noodig is. In allen gevalle zal de Schuit ten laatsten des morgens te negen uur te Groningen moeten aankomen , en des avonds te zeven uurte Ezinge terug moeten zijn ; gevallen van volstrekte onmogelijkheid alleen uitgezonderd , ter beoordeeling van het Bestuur der plaats , alwaar de Schuit te laat mogt aankomen,

Art. 8.
Bij besloten water zullen de Schippers verpligt zijn te zorgen, dat telkens des Dingsdags en des Vrijdags een hunner op de best mogelijke wijze van Ezinge naar Groningen en terug reize , ten einde de bestellingen te doen en draagbare goederen , brieven en pakketten te vervoeren en te bezorgen. In dat geval zal het dubbel der vrachtloonen , bij het hierachter gevoegd Tarief bepaald , worden betaald , en wanneer het ijs sterk genoeg is , zullen zij de reis doen met eene of meer sleden , onder genot van de helft boven het gewoon vrachtloon.

Art 9.
Gedurende het laden of lossen , zal de Schipper of zijn Knecht altijd bij het Schip moeten tegenwoordig zijn.


Art. 10.
De vaste aanleg- en losplaats van dit Schip zal zijn te Groningen , buiten de Apoort , ter plaatse door Burgemeester en Wethouderen aan te wijzen , en te Ezinge op zoodanige plaats , als door het Gemeentebestuur zal worden aangewezen , behoudens aan de Besturen der beide plaatsen , om daaromtrent ieder in de zijne ten allen tijde zoodanige andere bepalingen te maken , als zij zullen nuttig en noodig achten.


Art. 11.
De Schippers zullen, indien zulks gevorderd wordt , verpligt zijn , om voor de goederen of penningen hun ter vervoering van Ezinge naar Groningen of omgekeerd, of in tusschen beiden gelegen plaatsen ter hand gesteld, een blijk af te geven. De Commissaris der Trek en Veerschepen buiten de Apoort te Groningen wordt belast , indien zulks wordt verlangd , met het aanteekenen der goederen en penningen , die van daar met dat Schip worden verzonden , alsmede met het afgeven van een blijk daarvoor aan de verzenders , die zulks mogten verlangen. Een en ander tegen betaling van 5 Cent. Brieven , pakjes en andere kleine draagbare goederen zullen , zoodra mogelijk na de aankomst van het Schip te Groningen of Ezinge , aan het adres moeten worden bezorgd , en omtrent alle andere goederen zal ten spoedigsten van derzelver aankomst aan de belanghebbenden kennis worden- gegeven.


Art. 12.
Bij het varen van het Schip of de Schuit , van of naar Groningen , en in het voorbijvaren van andere Schepen en Trekschuiten , zal de Schipper zich gedragen naar de daaromtrent op de trekveren tusschen Groningen en Stroobos bestaande gebruiken en bepalingen.


Art. 13.
Een afschrift van dit Reglement, met de daarbij gevoegde Vrachtlijst, zal ten allen tijde aan boord van het Schip voorhanden zijn , opdat een ieder bij de eerste aanvrage daarvan inzage kan bekomen.

Art. 14.
De Schipper zal zich in het berekenen der vrachtloonen naauwkeurig moeten gedragen naar de hierachter gevoegde vrachtlijst.

Art. 15.
De overtreding van eenige bepalingen van dit Reglement, voor zooverre daartegen niet voorzien is door eene algemeene verordening , zal worden gestraft voor de eerste maal met eene boete van een tot zes gulden , en bij herhaling van dezelfde overtreding binnen twaalf maanden , met eene boete van zes tot twaalf gulden.


Art. 16.
Onverminderd de bij dit Reglement bepaalde boete , zal , in geval van klagte over dronkenschap of ongeschiktheid der Schippers , en in het algemeen over de lechte bediening van het Veer , door de Plaatselijke Besturen de door hen verleende benoemingen kunnen wrden ingetrokken. Bij gelijke klagte over het gedrag der Knechten , zullen de Schippers kunnen worden gelast , zich van betere knechten te voorzien.


Art. 17.
De Besturen van Groningen en Ezinge behouden aan zich het vermogen , dit Reglement zoodanig te wijzigen en te veranderen , als zij in het algemeen belang nuttig en geraden zullen achten.


Art. 18.
De Schippers worden door de gezamentlijke Plaatselijke Besturen van Groningen en Ezinge aangesteld, door ieder Bestuur een , vervolgens zal ieder Bestuur de openvallende plaatsen van de Schippers door hetzelve benoemd , weder vervullen.

 

PUBLICATIE van BURGEMEESTER en WETHOUDEREN der STAD GRONINGEN, van den 1 NOVEMBER 1849, houdende het reglement en tarief voor de volks- en vrachtschuit van EZINGE op GRONINGEN en terug.

 

bron: KB, Nationale Bibliotheek van Nederland (origineel van Universiteitsbibliotheek Groningen)