ACHTERGRONDEN

Kinderpartij A.K.P. Assen

Kinderpartij als spiegel van een nieuwe schooltijd

Democratie, onderwijsvernieuwing en kinderemancipatie begin jaren zestig


In het voorjaar van de verkiezingen kreeg ook de schooljeugd van Assen een eigen stem. In de zesde klas van de Jozef Israëlsschool richtten leerlingen een politieke partij op: de Algemene Kinderpartij (A.K.P.), met als lijsttrekker "professor” Sicco Terpstra. Wat begon als een onschuldige tekenles groeide uit tot een opmerkelijk experiment in democratie, inspraak en onderwijsvernieuwing.

De geboorte van de A.K.P. vond plaats tijdens een tekenles van het schoolhoofd, de heer Daan Huizinga, die zijn leerlingen de vrije opdracht gaf: “teken maar wat.” In een tijd van felle verkiezingsstrijd tekenden de meeste kinderen verkiezingsaffiches. Van het één kwam het ander. Al spoedig besloten zij hun ideeën niet alleen creatief, maar ook organisatorisch vorm te geven. Zo ontstond een echte kinderpartij, compleet met beginselprogramma, lijstnummer (14), verkiezingsbiljetten en zelfs een radio-uitzending.

Het programma van de A.K.P. was helder, vooruitstrevend en - volgens volwassenen - nogal extreem. De partij eiste:
veel meer zakgeld, later naar bed, geen huiswerk meer, een twintig-urige schoolweek, zelf kiezen wat er gegeten wordt en een heleboel vrije dagen.

(AI bewerking)

Volgens lijsttrekker Terpstra werden kinderen structureel achtergesteld: hun zakgeld was “ver beneden peil”, de schooldagen langer dan vroeger, terwijl volwassenen juist korter werkten. Ook klaagden de kinderen dat zij door vroeg naar bed gaan radio- en televisieprogramma’s moesten missen.

In het kader van de — met enige ironie aangekondigde - “door de regering ten behoeve van de politieke partijen gevorderde zendtijd” namen de leerlingen een bandopname op. Daarin hield professor Terpstra een bevlogen verkiezingsrede, aangekondigd door Gea Kampman, die ook het actieprogramma voorlas. De uitzending werd afgesloten met een lied dat in menig verslag werd geciteerd:

"Hemel en aarde kunnen vergaan, maar onze A.K.P. blijft altijd bestaan.”

De verkiezingen vonden plaats in het eigen klaslokaal. Om de stemming een democratisch karakter te geven, stelde ook het schoolhoofd zich kandidaat. Zijn partij - de P.O.S., Partij van Ouders en Schoolmeesters - stond lijnrecht tegenover de A.K.P.: meer zakgeld voor vaders, eten wat vaders willen en kinderen vroeger naar bed. Op één punt konden beide partijen elkaar vinden: de invoering van een twintig-urige schoolweek.

De uitslag liet echter weinig twijfel bestaan. Van de 49 stemmen gingen er 41 naar professor Terpstra. Slechts vier leerlingen stemden op de partij van ouders en schoolmeesters; drie stemmen waren ongeldig en één blanco. Enkele journalisten fungeerden als stembureau. Daarmee was Sicco Terpstra gekozen tot “kamerlid” van de Algemene Kinderpartij.

De belangstelling bleef niet beperkt tot de school. Televisieploegen maakten opnamen, de Regionale Omroep Noord verzorgde een reportage en zelfs uit Hilversum kwam post: een dertienjarig meisje stelde voor een landelijke kinderpartij op te richten. Professor Terpstra hield de boot af. “Ik slaap er nog wel eens een nachtje over,” zei hij nuchter.

Wat dit kinderpolitieke spel bijzonder maakte, was niet zozeer de humor of de publiciteit, maar de context waarin het plaatsvond. Eind jaren vijftig en begin jaren zestig begon het onderwijs langzaam te verschuiven: meer aandacht voor creativiteit, inspraak en het serieus nemen van het kind als zelfstandig denkend individu. De A.K.P. was daarvan een speelse, maar veelzeggende uiting. In een klaslokaal in Assen oefenden leerlingen democratie - niet uit een boekje, maar door haar zelf te bedrijven.

bron: vrij naar diverse media uitingen (maart 1959)