ACHTERGRONDEN

Zondagsrust


HET NEUTRAAL OPENBAAR ONDERWIJS

INGEZONDEN

M. de R.

Beleefd verzoek ik U het volgende in Uw blad te willen plaatsen.

Het mag algemeen bekend worden geacht, dat de voorstanders van het openbaar onderwijs hun strijd tegen het bijzonder onderwijs gaarne voeren met als wapenen de zoo hoog geprezen neutraliteit dier inrichting, waar ieders godsdienstige overtuiging veilig is en er geëerbiedigd wordt. Men gebruikt dan bij voorkeur schoonklinkende namen als "Bolwerk van verdraagzaamheid" e.d. Hoe het echter in de practijk dikwijls gesteld is met die schoone eigenschappen moge blijken uit onderstaande.

Telken jare wordt er door de oudercommissie van de openbare school te Oosterhoogebrug (gem. Noorddijk) een bloemententoonstelling georganiseerd. Als voorzitter dier commissie heeft men dan voor deze gelegenheid den burgemeester dier gemeente uitgezocht, die tevens bestuurslid is van de vereeniging "Volksonderwijs", welke vereeniging, zooals men weet, strijdt voor het uitsluitend bestaansrecht van de openbare school.

Dit jaar nu stelde die commissie voor om evenals altijd weer de bloemententoonstelllng te houden op Zondag. Waar ik nu, als zijnde van calvinistisch godsdienstige overtuiging natuurlijk moest protesteeren, ja uit naam van de neutraliteit als onderwijzer mocht en moest eischen, dat hier mijn overtuiging geëerbiedigd diende te worden en dus bedoelde tentoonstelling niet op Zondag mocht worden gehouden, werd er evenwel door onzen burgemeester voorgesteld om te gaan stemmen en zoodoende den datum vast te stellen, alsof neutraliteit een meerderheidsrichting ware. Daar nu bijna de geheele schoolbevolking (op enkele ouders van rechtzinnig christelijke overtuiging na) en zeer zeker de geheele ouder-commissie vrijzinnig of zelfs godsdienstloos is, spreekt 't Vanzelf, dat ik moest verliezen.

(AI bewerking)

Toen ik echter tegen dat voorstel van den burgemeester met klem protesteerde, werd mij door den burgemeester, bestuurslid van Volksonderwijs, toegezegd, dat ik dan, als ik voor Zondagsheiliging was, maar moest gaan bij het christelijk onderwijs. Hiermee dus als bestuurder n.b. van Volksonderwijs het recht van het christelijk onderwijs erkennende en tegelijk aanduidende, dat men op een openbare school aan "dergelijke dingen" niet stoorde. Door één der overige ouder-commissieleden werd toen opgemerkt, dat er anders geen geld genoeg binnenkwam (geen geld genoeg n.l. om de kinderen ook andere attracties o.a. een Sint-Nicolaasfeest te kunnen verschaffen).

Waar ik nu natuurlijk niet meer aan het organiseeren van een tentoonstelling met loterij, enz., enz., op Zondag kon meewerken, was ik genoodzaakt de vergadering te verlaten, waar mij trouwens ook al door den burgemeester, voor ik zelf vertrok, op werd gewezen.

De neutraliteit vierde hoogtij.

De burgemeester, het hoofd der school en de ouder-commissie-leden vonden het nu blijkbaar raadzamer, voortaan zónder dien lastigen onderwijzer te vergaderen. Althans in alle stilte werd besloten Sint-Nicolaasfeest te vieren in de school en de gelden daarvoor te putten uit de daarvoor expres op Zondag door middel van loterijen, gezwoeg en gezweet, enz., enz. gespekte Floraliakas. Door het hoofd der school werd mij den Maandag van te voren dit even meegedeeld. Natuurlijk moest ik weer weigeren mee te doen en heb dat onmiddellijk aan het hoofd meegedeeld. Door hem werd toen gezegd, "dat ik dat zelf moest weten", maar de zaak ging door.

Eindelijk is de groote dag daar. Sint- Nicolaas met Zwarte Piet in optocht voorafgegaan door onzen burgemeester en gevolgd door het publiek verschijnen op het plein. Een foto van onzen burgemeester, den goeden Sint, het overige personeel en de kinderen wordt genomen, zonder dien lastigen onderwijzer. Die immers niet mee „wil" doen, kan het laten (o, neutraliteit!). Sint-Nicolaas komt in school, ook in het lokaal van ondergeteekende, in gezelschap van den burgemeester en het hoofd der school. Door laatstgenoemde wordt de klasse dan overgenomen en zonder zich verder om den onderwijzer te bekommeren, wordt het Sint-Nicolaasfeest met zijn kinderen gevierd. Die niet mee „wil" doen, late het.

Dat er zoodoende, behalve een diepe klove tusschen mij en de ouder-commissie, tevens een begin was gemaakt met een klove tusschen mij en de kinderen, behoeft geen nader betoog en moge hieruit blijken, dat van de kinderen, die overigens getrouw elken morgen allerlei belangrijke zaken uit hun kinderwereldje komen vertellen, geen enkele op Maandagmorgen in mijn lokaal is geweest, om te spreken over dat groote feest, dat hun hart vervulde. Nog andere, zeker niet minder ernstige dingen, zou ik kunnen vermelden, maar ik meen voorloopig hiermee te kunnen volstaan. O. "schoone neutraliteit". O, "bolwerk der verdraagzaamheid", die onder medewerking van onderwijsautoriteiten overgaat in een "bolwerk van onverschilligheid". U, mijnheer de Redacteur dankend voor de plaatsing.

Hoogachtend, J. BOER,
Onderwijzer aan de O.L. school te Oosterhoogebrug.

bron: Nieuwsblad van het Noorden (12 december 1931)

DE HEER J. BOER EN "VOLKSONDERWIJS"

INGEZONDEN

Naar aanleiding van het ingezonden stuk van den heer Boer, onderwijzer aan de O.L. School te Oosterhoogebrug ontvingen we nog eenige breedvoerige antwoorden. We kunnen die niet geheel opnemen, maar lichten daaruit het zakelijk gedeelte. De heer R. Reitsema te Glimmen schrijft: "De heer Boer schrijft: „Volksonderwijs strijdt, zooals men weet, voor het uitsluitend bestaansrecht van de openbare school." Dit nu is onjuist. De onjuistheid zit in het woord "uitsluitend". Zonder dit woord is de zin in orde. In de Statuten en het Huishoudelijk Reglement is dit duidelijk te lezen. In 't algemeen kan men zeggen, dat Volksonderwijs strijdt voor goed onderwijs op alle scholen, maar aan het beginsel van de openbare school de voorkeur geeft en tracht te bereiken "dat werkelijk overal in het Rijk van overheidswege voldoende openbaar voorbereidend, lager en voortgezet onderwijs gegeven worde voor alle kinderen toegankelijk."

Dat voor deze taak van Volksonderwijs nog een ruim arbeidsveld open ligt, zal ieder, die de manier heeft gevolgd, waarop in vele plaatsen de openbare school wordt weggewerkt, wel moeten toestemmen; we hopen dat de heer Boer nog eens tot het inzicht mag komen, dat hij over doel en streven van Volksonderwijs verkeerd is ingelicht geweest en dat hij de school, waaraan hij het voorrecht heeft verbonden te zijn, niet beter kan dienen dan door - lid te worden van Volksonderwijs."

De heer J. E. Weitering, hoofd der O.L.S. te Dirksland, een oud-Groninger, schrijft o.m.:
"Heer B., wanneer er volgens u aan een bepaalde school dingen zijn geschied, die volgens u „den toets der critiek" niet kunnen doorstaan, dan hebt gij vanzelfsprekend als andersdenkende het recht, met de door u genoemde onderwijsautoriteiten van gedachten te wisselen.

Maar ik ontneem u het recht, om deze meeningsverschillen omtrent de O.L.S. te Oosterhoogebrug te generaliseeren tot de Openbare School in 't algemeen. Daaruit blijkt ten volle, dat u niet volkomen accoord gaat met het beginsel van de openbare school. Was dit wel zoo, dan had u moeten begrijpen, dat het u, als onderwijzer aan een openbare school, niet past, om „Bolwerk der verdraagzaamheid" en "schoone neutraliteit" in een bespottelijk daglicht te stellen. Deze kwestie had gij in de school te Oosterhoogebrug of in het dorp aldaar moeten uitvechten! 'k Geef u de verzekering, dat dergelijke conflicten wel in meerdere scholen en in meer plaatsen zullen voorkomen. Dit zijn echter kwesties, die absoluut niets te maken hebben met het karakter en het wezen van het Openbaar Onderwijs in 't algemeen. Zoo gij dat niet inziet, heer B., dan hoort gij niet thuis aan de openbare school.

Heer B., in uw ingezonden stuk hebt gij niet bewezen, dat op de openbare school iets geleerd, iets gedaan of iets toegelaten wordt, wat strijdig is met den eerbied, verschuldigd aan de godsdienstige begrippen van andersdenkenden. Of beschouwt u de Bloemententoonstelling en het Sinterklaasfeest als een onderdeel van het Leerplan? U zult me moeten toestemmen, dat dit absoluut niet waar is. Zoo ge dit met me eens zijt, dan zou het rechtvaardig van u zijn, ridderlijk te bekennen, dat het geenszins uw bedoeling geweest is, de openbare school in 't algemeen een "trap" te geven. Niet alleen ik, maar de ouders in Oosterhoogebrug en verder alle voorstanders van ons Openbaar Onderwijs zullen u daarvoor dankbaar zijn."

Voor verdere uitbreiding der discussie kunnen we geen plaatsruimte beschikbaar stellen. Redactie.

bron: Nieuwsblad van het Noorden (16 december 1931)