FAMILIELEDEN

Michael Robert Huizinga

Noorddijk 1968

Mijn internationale voornamen doen het goed wereldwijd. De halve wereld is wel bekend met een Michael of een Robert. Michael is geen afgeleide van Michaël in dit geval. Het verhaal is wel grappig. In eerste instantie zou het Michiel zijn geworden, maar al gauw zong de naam rond als Michieltje-Schlemieltje, dat kon niet. Dus werd het Michael, maar het werd uitgesproken als Michel. Hoe dan ook, Michael vind ik dikke prima; roepnaam Rob.


Als je een stamboom website maakt over je familie en je hebt het over anderen, maar vergeet een deel over jezelf, dan doe je duidelijk iets verkeerd. Natuurlijk als ik besluit over mezelf te schrijven wordt het een uiterst positief verhaal met alleen maar uitschieters naar boven. Tuurlijk, als je dat wilt, denk ik graag met je mee. Maar een meer gewogen afspiegeling van de werkelijkheid is waar ik naar zou moeten streven. Een mooi streven. Laat ik het proberen.

Ik heb een fijne jeugd gehad in Oosterhoogebrug, waar het dorpsgevoel nog sterk aanwezig was: ons kent ons. Alles was dicht bij elkaar en overzichtelijk. De stad Groningen was vlakbij, maar het leek erop dat mijn wereld vooral bestond uit mijn eigen wijk. Samen met mijn vrienden crosten we door de buurt en beleefden de meest uiteenlopende avonturen. Hoewel ik vaak niet degene was die de plannen maakte, was ik altijd aanwezig; schuchter als ik was. Als iemand anders de sprong in een sloot waagde, deed ik dat ook niet gelijk. Of toch wel, haha! Ik kende de sloot en het was ook geen onbekende voor mij om door het ijs te zakken.

Ik ging vaak kijken terwijl mijn vrienden voetbaltraining hadden. Voetbal zei me echter minder, vooral omdat mijn moeder al sinds de oprichting in 1947 actief lid en later penningmeester was van de gymnastiekvereniging. De voetbaltak was daarvan een afsplitsing. Ik zat dus op gymnastiek, wat ook best stoer was, (toch?) zo in mijn hempie en sportbroekje – op blote voeten uiteraard! Ik heb zelfs een tijdje aan trampolinespringen gedaan, zo'n grote trampoline. Spreid, zit en sluiten. Maar na de lagere school raakte ik dat een beetje kwijt; je wordt er ook gewoon te oud voor.

Wat schoolzwemmen betreft, daar deed ik ook aan mee. Op een gegeven moment vond ik het echter minder leuk. Hoe dat precies kwam, weet ik niet meer, maar ik begon het met steeds grotere vrees te bekijken – watervrees, zoals ze het noemen. Misschien was het een erfelijke aanleg, vooral omdat mijn vader ook geen waterrat was en aversie had tegen water. Altijd in contact met de bodem zijn was zijn motto. Wellicht ligt er een ver verleden achter, zoals de overstroming tijdens de Kerstvloed van 1717, dat zou zomaar kunnen hebben bijgedragen aan een natuurlijke afkeer van water. Desondanks zwom ik uit vrije wil in het nabije Bedum. Uiteindelijk heb ik Diploma A behaald; blijven drijven en watertrappelen is toch wel het belangrijkste.

Schooluitvoering Leeuwenburgschool (1980)

SCHOOLMUSICAL

Ik ben niet echt het type dat graag op de voorgrond staat, tenzij het echt nodig is of dat ik zo een betekenisvolle bijdrage kan leveren. Ik voel me veel meer op mijn plek achter de schermen, waar ik mijn ding kan doen. In de schijnwerpers staan heeft niet mijn hoogste prioriteit. Maar dat veranderde in mei 1980, tijdens twee bijzondere avonden.

Het betreft een schoolmusical uit de vijfde klas, waarvan ik nog steeds op zoek ben naar de titel en mogelijk het bijbehorende boekje. Heeft iemand tips of hulp?

In de zesde klas maakte ik deel uit van de cast van "Radio Flierefluiter", waar ik een bescheiden rol vervulde.

Dat was anders in het eerste jaar, twee optredens in mei 1980. "Ik? Ja, jij gaat samen met je klasgenoot een liedje zingen." Wat leuk. (Mwoah). Ik vond het maar niks, maar deed het wel (!) ik kijk dan ook professioneel in de camera. We traden samen op voor ouders en vrienden in de wijk.

Met een overdaad aan make-up op mijn gezicht, opgepoetste wenkbrauwen, extra blosjes op mijn wangen en uiteraard de onvermijdelijke lippenstift, voelde ik me als een ster. Haha! En dan ook nog eens achter een kartonnen ape-pakkie staan, die  met wat latten (kunst en vliegwerk) rechtop bleef. Gelukkig mocht ik mijn eigen overhemd aanhouden en een kek hoedje opzetten. Dus daar stond ik dan, te zingen alsof mijn leven ervan afhing. Gelukkig zijn er geen bewegende beelden van. Ik laat het bij deze ene foto. Oh ja, het liedje ging over de bombar-bombar, bombardon... iets in die geest. Dagenlang hebben we geoefend op het nummer, dat destijds op een cassettebandje stond. Na dit optreden kon het alleen maar beter worden.


Van de lagere school van Oosterhoogebrug herinner ik me vooral de schoolreis en de musical. We spaarden een heel jaar om in mei, waarschijnlijk na de twee avonden van de musical, met de bus naar het prachtige waddeneiland Texel te gaan. Dit eiland heb ik sindsdien nog meerdere keren bezocht en van alle kanten leren kennen. Onze hoofdmeester, die oorspronkelijk van Texel kwam, kende het eiland als zijn broekzak en zorgde ervoor dat wij ook deze bijzondere plek ontdekten.

Tijdens ons verblijf speelde het schoolvoetbalteam een testwedstrijd tegen een lokaal team. We sliepen in een kampeerboerderij in Den Hoorn, Jonkersbergen. De jongens verbleven in de voormalige stal, terwijl de meisjes hun onderkomen hadden op de oude hooizolder. Deze scheiding werd door sommige begeleiders met hand en tand verdedigd. Een paar van de stoere jongens probeerden af en toe om alles en iedereen heen te glippen voor een bezoekje, maar als straf volgde er vaak een kort verblijf in een hok, de horror! Zelf was ik niet zo dapper en probeerde gewoon te slapen tussen het zand en de krabbenschaaltjes. Voor het slapengaan las de meester een paar bladzijden voor uit een spannend kinderboek; ik herinner me Oorlogswinter van Jan Terlouw, en misschien ook Koning van Katoren of was het nou Briefgeheim? Terlouw was in ieder geval een grote favoriet. We zaten met z'n allen, zowel meisjes als jongens, op de bedden (zo stel ik me tenminste voor) in onze pyjama’s en luisterden aandachtig.

Die dagen fietsten we het hele eiland rond: langs het strand, de zee, de zeehondjes, het speelbos, de puzzeltocht, en we maakten een bezoek aan Den Burg, waar we een paar centen bij ons hadden om iets kleins te kopen, zoals een sticker of een portie patat. Oudeschild, De Cocksdorp, het Juttersmuseum, de meeuwenkolonie (ken je The Birds van Hitchcock?) de vuurtoren en het toeristische De Koog.  We ontdekten de Slufter en zagen een kievitsei. We zwommen in verwarmd zoutwater tussen het groene gras, visten naar garnalen vanaf het strand. Onderweg spotten we mijnenvegers en een marinehelikopter. Het was een indrukwekkende week weg van huis.

En zoals het hoort, sloot ik na die geweldige tijd op de lagere school deze periode af met de mooiste vakantie die ik tot dat moment had meegemaakt. Op de camping stonden onze caravan en tent, en ik (12) pal naast die van het leukste meisje (10) van heul de wereld! We wandelden samen naar de kampwinkel, genoten van ijsjes, zwommen—ik in mijn stoere zwembroek met de Amerikaanse vlag, zij in het zwart. We zaten heerlijk samen op een luchtbed in de zwemvijver.

We hebben samen meegedaan aan een unieke stoelendans, maar dan met paarden. Zij zat op een vos, terwijl ik natuurlijk als "prins op het witte paard" zat. Gelukkig heb ik nog een paar vage foto’s, maar die herinneringen gaan NOOIT meer weg.

Trouwens, het zitten op een paard was mij niet onbekend. Ik ben opgegroeid met een pony. Af en toe een ritje in de tuin. Jaren later heb ik het overgedaan voor de foto en de herinneringen. 

PRINS ROB

Na de lagere school, waar alles nog relatief eenvoudig was, begon een nieuw hoofdstuk: de grote school. De echte studie brak aan, met nieuwe vakken zoals Engels en Frans. Samen met enkele van mijn dorpsvrienden koos ik voor de mavo, maar veel van onze vrienden verdwenen naar andere scholen of opleidingen. De tijd van de kindertijd was voorbij, en de sfeer zou nooit meer hetzelfde zijn.

Hoewel ik me niet alles precies kan herinneren, weet ik nog goed dat ik dol was op het vak muziek. We leerden over de theorie achter muziek, zonder dat we een piano of blokfluit hoefden aan te raken. Mijn interesse en liefde voor muziek werden daar verder aangewakkerd. Meester van Wijk was een enthousiaste verteller, en wat hij ons liet horen raakte ons. De muziek van Charles Camille Saint-Saëns (Carnaval des Animaux) is inmiddels geen onbekende meer voor mij. We analyseerden het stuk en benoemden alle dieren die er in voorkwamen. Nikolai Rimsky-Korsakov met zijn Flight of the Bumblebee, Chopin, en Glenn Miller's St. Louis Blues March, typisch Amerikaans. En natuurlijk de muziek rond de Negro Spirituals, zoals The Golden Gate Quartet met Joshua Fit The Battle Of Jericho en Swing Low Sweet Chariot, naast Yesterday van The Beatles.

Charles Camille Saint-Saëns

Carnaval des Animaux

Nikolai Rimsky-Korsakov

Flight of the Bumblebee

Glenn Miller

St. Louis Blues March

The Golden Gate Quartet

Joshua Fit The Battle Of Jericho

The Beatles

Yesterday

Tijdens mijn tijd op de mavo heb ik extra tijd genomen om te ontdekken wie ik was, omdat ik me nog niet klaar voelde voor de volgende stap, ik was zo goed dat ik dat laatste helemaal niet door had. Ik had geen concreet plan of doel voor ogen; ik dacht gewoon: laten we zien hoe ver we komen. Na de mavo overwoog ik of de meao iets voor mij zou zijn. Ik behaalde mijn diploma en was klaar voor de inschrijfdag bij Verrijn Stuart. Maar daar kreeg ik te horen dat er op mavo Nederlands op C-niveau onvoldoende was om aangenomen te worden.

Dus, samen met mijn vader, op gesprek naar de Klaas de Vries (leao), of daar nog een mogelijkheid was. Zodat ik het jaar erop alsnog de overstap naar de meao kon maken. Het was een plezierig jaar, vooral dankzij mijn resultaten. De gymlessen waren ook leuk, de jongens en meiden hadden samen les. Alles kwam samen, zoals het zou moeten zijn, haha...

Vervolgens begon ik aan de meao. Kort samengevat: het was niet wat ik ervan had gehoopt. Bedrijfseconomie bleek geen goede match en ook Export lukte uiteindelijk niet. Maar de taalvakken en Logistiek gingen me wel goed af; daar heb ik nog steeds profijt van, al weet ik niet precies hoe.

HANDS UP

Na mijn schooltijd stond de militaire dienst voor de deur. Dat was geen onverdeeld succes. Ik was ooit goedgekeurd en beschouwde het als een verplichting die we gewoon moeten aangaan. Hoewel het nooit op een geschikt moment kwam, had ik er op zijn minst "vrede" mee. Mijn sollicitaties, vooral voor uitzendwerk, belandden vaak in de oude kaartenbak en wanneer ik al op gesprek mocht komen, werd ik meestal niet geselecteerd. Dat was ook niet zo verwonderlijk; zonder een duidelijk plan viel het me gewoon te moeilijk om mezelf goed te presenteren. Zet me ergens neer en je zult zien wat ik kan, maar met alleen maar papieren en cijfers was ik onzichtbaar.

De dag van oproep kwam dichterbij. Op 1 maart 1993 moest soldaat Huizinga zich melden op de Frederik Hendrikkazerne in Blerick, vlakbij Venlo. Verder weg van huis kon het haast niet zijn en de verstaanbaarheid met "de locals" was een uitdaging. De bedoeling was om opgeleid te worden tot chauffeur van de viertonner van de Landmacht, de DAF YA 4440. Hoewel ik wel met dit voertuig reed, zowel op de openbare weg als op een off-road parcours, voelde het niet goed. Ik had net een jaar of 2,5 een klein rijbewijs, maar nog nooit gebruikt (op advies van mijn ouders had ik het eerder gehaald, maar de eerste tien jaar had ik er niets mee gedaan). Ik werd er niet enthousiast van. 

Toen de soldatenvakbonden, zowel de Christelijke als de reguliere, 's avonds een paar keer langs kwamen om het nieuwe soldatenvolk te informeren over hun rechten, besloot ik lid te worden van de reguliere vakbond VVDM. Ik las hun boekje van voor tot achter en ontdekte dat je een beroep kon doen op de Wet Gewetensbezwaren Militaire Dienst, je was dan tegen alle vormen van geweld. Hiervoor moest je een brief schrijven, voor een commissie verschijnen, en het onderwerp geweld bespreken. Ongemotiveerd om nog langer in dienst te moeten was dat geen probleem. Daarna volgde vervangende dienstplicht, wat in mijn ogen nuttiger werk leek dan het militaire leven (hoewel ik alle respect heb voor de helden die dat pad wel kiezen). Wel moest je, toch als een soort straf, langer vervangende dienstplicht uitvoeren dan de reguliere militaire dienst.

Wat de vervangende dienst zou inhouden? Misschien werk in een ziekenhuis of als archiefmedewerker? Laatstgenoemde had mijn voorkeur, aangezien ik al met stamboomonderzoek bezig was. Het werd echter een administratieve functie bij de financiële afdeling van de arbeidsbemiddeling Friesland – een kans om alvast wat ervaring op te doen. Vanaf dat moment hield ik me bezig met de betalingen voor de arbeidsbureaus in Drachten en Bergum (Burgum). Mijn verblijf in Leeuwarden was één en al Frysk, met Radio Fryslân op de achtergrond, collega's die Gerben en Jouke heten, en weerman Hans de Jong die zijn weerpraatje in het Fries deed. Oranjekoek vulde de bureau's. 


Na het afronden van mijn opleiding ging ik met een nieuw diploma en relevante werkervaring op zoek naar een (uitzend)baan. Al gauw vond ik een plek bij een verzekeringsmaatschappij in de stad (Groene Land). Ik vulde er enveloppen met folders, schadeformulieren en andere correspondentie, gaf bromfiets- en verzekeringsplaatjes uit voor scootmobielen. Helaas kon ik na afloop van mijn uitzendcontract niet blijven. Ik heb er met plezier gewerkt met een fijne groep collega's.

Vervolgens zat ik een periode zonder werk. Ondanks mijn inspanningen werd ik niet uitgenodigd voor sollicitaties. Het arbeidsbureau kwam op het idee dat ik een interne opleiding moest volgen om weer in te stromen in “kantoorwerk”. Voor mij voelde het als onzin, want ik had al ervaring en wist precies wat er van me verwacht werd. Maar als dat de enige manier was om verder te komen, dan moest dat maar. 

Gelukkig werd ik daarna vlot uit deze fase geholpen. Ik werd uitgenodigd voor een gesprek en ging uiteindelijk aan de slag bij een van de grootste overheidsdiensten in de stad Groningen. Later hoorde ik dat ik was gevraagd in het kader van "maakt niet uit wie er komt, als er maar iemand komt". Het werk bestond voornamelijk uit het verwerken van formulieren. Later mocht ik zo af en toe een klasje begeleiden met mijn aangeleerde talenten, maar het was geen "rocket science" natuurlijk. Aan het eind van mijn uitzendcontract werd mijn werkgever, door regelgeving, gedwongen om een aantal uitzendkrachten in vaste dienst te nemen. Ik was een van de gelukkigen. Ondanks dat ik nu vast in dienst was, werd ons constant verteld dat de afdeling binnenkort zou verdwijnen. Maar, de afdeling bestaat nog steeds.

In eind 2004 kocht ik samen met een collega een oudejaarslot, puur voor de gezelligheid. Tot onze verbazing viel het geluk aan onze zijde. We wonnen zelfs een aanzienlijk bedrag! Dit bracht ons naar het hoofdkantoor van de Staatsloterij in Den Haag. Het was een bijzondere ervaring die ik graag deelde, net zoals de prijs zelf.

Het was een fijne tijd om samen te werken. We hadden een goede relatie, hoewel het voor velen duidelijk was dat het evenwicht ontbrak. Maar ja, soms wil je dat niet zien. Toen de prijs langs kwam, werd onze relatie onhoudbaar. Op een gegeven moment was ze er gewoon niet meer. Het is jammer dat het zo gelopen is.

Helaas keerde "het lot uit de loterij" als een boemerang terug. Op een koude, ijzige winterdag gleed ik met een volle benzinetank met mijn auto pardoes zijwaarts in een sloot, net op het moment dat het landweggetje een flauwe bocht naar rechts maakte. Dit leidde tot een total loss. Zo gaat het soms: geluk en tegenslag liggen dicht bij elkaar. 

BOEMERANG

Na ongeveer tien jaar werd ik uitgeleend aan een andere afdeling ter ondersteuning. De sfeer op mijn oude afdeling was ondertussen minder prettig geworden, mede door keuzes die ik had gemaakt. Het werd, om het maar simpel te zeggen, nogal ingewikkeld. Je herkent het misschien: een bord met namen en pijlen, wie kon (nog) met wie. Als het organiseren van een familieverjaardag...

Inmiddels zit ik al zo'n vijftien jaar op mijn nieuwe afdeling, ik heb het erg naar de zin, kan er m'n ding doen. 


In de afgelopen jaren heb ik veel over me heen gekregen wat betreft mijn gezondheid. Wat me opvalt, is dat ik in moeilijke situaties opmerkelijk veerkrachtig ben. Ik kan het indien nodig van diep halen en dicht bij mezelf blijven. Ik weet tegenslagen een positieve draai te geven. Ondanks de uitdagingen die af en toe op mijn pad komen, laat ik me er niet door ontmoedigen. Ik pas me aan en ga door. Deze houding heeft me enorm geholpen, net als de steun en warme woorden van de mensen om me heen, zowel privé als op het werk.

Ik deel deze positieve kijk graag met iedereen die het wil horen. Het is makkelijk om jezelf soms zielig te vinden, maar blijf daar niet te lang in hangen. Pak jezelf op, adem in, adem uit, en ga verder. Je kunt er veel voldoening en energie uit halen. Bij mij werkt het in ieder geval heel goed, en dat zonder professionele begeleiding. Misschien heb ik deze veerkracht wel van mijn grootmoeder meegekregen.

VEERKRACHT

"Niet klagen maar dragen"


Ze zei vaak "niet klagen maar dragen" en sloot die woorden dan af met "en bidden om kracht", maar dat vind ik moeilijk serieus te nemen. Ik denk dat zij zelf ook wel de humor van dat laatste inzag.

En ja, als alles mislukt, blijft er altijd nog muziek. Niets is heerlijker dan te "verdrinken" in melodieën, ritmes en teksten; het helpt je om dingen een plek te geven en, wanneer nodig, jezelf op te beuren. Muziek is een enorme bron van inspiratie. Met een  koptelefoon op, zweef je van het ene nummer naar het andere. Het kan van alles zijn, uit verschillende tijden en van overal ter wereld. Misschien moet je je leven wel samenvatten in een paar krachtige songs en passende titels om het een en ander te verklaren. Laat ik het eens proberen.

Still Corners
The Trip

Donna Summer
I Feel Love

Adriano Celentano
Prisencolinensinainciusol

Madonna
Gambler

Manchester Orchestra
The Silence

Je kunt het zien als de trip van het leven zelf of de reistrip van plekken die je wilt ontdekken, als het even kan samen met iemand die je dierbaar is. 

Pas op latere leeftijd had ik een aantal doelen die ik wilde bezoeken en waarvan ik er een aantal met het stuur in handen zelf mogelijk kon maken. Ze zeggen altijd dat het gaat dat de reis ergens naar toe op zich uitdagender is en meer voldoening brengt dan de uiteindelijke aankomst. Voor beide valt wat te zeggen.

KALEBAS MAYHEM

Ik hou van plannen en organiseren; het geeft me voldoening om een reis tot in de puntjes voor te bereiden. Mijn rondreis met m'n vriendin naar Denemarken blijft me bij als een onvergetelijke ervaring. We hebben samen talloze bijzondere plekken bezocht die me een unieke kijk hebben gegeven op mijn favoriete deel van het buitenland. Wanneer ik daar ben, voel ik me er echt thuis.

Tot nu toe ben ik drie keer in de Verenigde Staten geweest (ja, ook samen), waar ik enkele fascinerende steden heb mogen ontdekken: Indianapolis, het bruisende Chicago, Washington D.C. (waar ik bij het graf van JFK stond), en "the Big Apple" New York (waar ik op Ground Zero was en het aangrijpende museum bezocht). Voor de verdere verkenning liet ik me leiden door mijn Amerikaanse "cousins". Ik heb geslapen in een prachtige villa bijna op de golfbaan (met een golfkar in de garage), West Point bezocht, bergen verkend, met een kano de binnenlanden van "upstate New York" ontdekt, en zelfs geschoten op... een kalebas. Ik ging op jacht naar (voor de foto) kalkoenen, die ik nog nooit in het wild had gezien. Maar bovenal maakte ik deel uit van een aantal geweldige Amerikanen die, ondanks de afstand, als familie voor me voelen. Mocht er ooit een erfenis van een rijke "uncle" te verdelen zijn, dan stap ik zeker weer bij hen binnen.
 

Op mijn ongeschreven bucketlist had ik in 2017 ook het bezoek aan Auschwitz staan, een vreselijk verdorven plek die iedereen minstens één keer in zijn of haar leven MOET bezoeken, hoe kort de tour ook mag zijn. Neem alles in je op. Sta stil bij de zaken die echt belangrijk zijn in het leven: de keuzes tussen goed en kwaad, het vechten tegen onrecht en weerzinwekkende regimes. Kom op voor anderen en sta op tegen ongelijkheid. En als het te laat is, reflecteer op het waarom: neem de tijd om na te denken en trek lessen voor de toekomst.

Het is met geen pen te beschrijven hoe het voelt om daar te zijn. Je wilt huilen en schreeuwen terwijl je de overblijfselen ziet van wat er eens was, wetende welke verschrikkelijke horror zich heeft afgespeeld. Stel je de wagonladingen mensen voor, de rijen die naar de gaskamers lopen, de rokende schoorstenen... Het is werkelijk gruwelijk en onvoorstelbaar, maar je moet het met eigen ogen zien om zelfs maar een glimp van de werkelijkheid te begrijpen.

Naast de Kampen bezocht ik ook nog de voormalige pannen-fabriek van Herr Oscar Schindler.

AUSCHWITZ

Mijn andere reisdoelen vallen in vergelijking met mijn bezoek aan Polen behoorlijk in het niet. België is mijn tweede favoriete bestemming, na Denemarken. Het ligt dichter bij huis en biedt een rijkdom aan bijzondere mensen. De Vlamingen spreken een prachtig taaltje. Wat betreft de Walen, daar heb ik minder positieve ervaringen mee; hun taal, Frans, spreekt me niet aan. Ik heb ooit de basis van het Frans geleerd, maar meer dan een "very petite peu" begrijp ik er niet van.


Als het op het buitenland aankomt, beperk ik me tot het Engels en Duits, aangezien ik me in deze talen goed kan uitdrukken. Andere talen beschouw ik vaak als ondoorgrondelijk. Ondanks dat ik jarenlang Denemarken heb bezocht, heb ik nooit de goede reden gehad om Deens te leren. Het is een fascinerend volk met een rijke Vikinggeschiedenis, iets wat me enorm fascineert en wat ik bewonder. Hoewel ik af en toe denk dat ik iets van Deens kan lezen, blijft het voor mij verder een onbekend terrein.


Van jongs af aan ben ik altijd gefascineerd geweest door alles wat vliegt. Een van mijn eerste onvergetelijke ervaringen was het bezoek aan de Luchtmachtdag op vliegveld Twente, waar de F-16-straaljager (introductie 1978) zijn eerste optredens gaf, te midden van een kleurrijk verfprotest van een bepaalde groep. Jaren later was ik bij een dezelfde evenement op vliegveld Leeuwarden. Maar dat was niet meer hetzelfde te tijden waren veranderd.

Vreemd genoeg heb ik nooit het zelfde gevoeld bij de moderne F-16 Fighting Falcon als bij zijn voorganger "de vliegende doodskist", de Lockheed F-104 Starfighter. Hoewel de F-104 in die tijd vaak betrokken was bij (dodelijke) ongelukken, heeft dit toestel altijd een diepe indruk op me gemaakt.


Misschien komt dit doordat ik me nog goed het geluid herinner dat ik op zaterdagochtend 11 juni 1977 hoorde, toen twee F-104's overvlogen voor hun meest bekende vlucht op Nederlands grondgebied Het betekende de start van het einde van de treinkaping bij De Punt, die eindigde met een inval door mariniers. Op dezelfde dag waren we onderweg en zagen we de nasleep uit eerste hand; we reden, weliswaar op afstand, langs de trein. Op het terras van Hotel De Gouden Leeuw in Zuidlaren spotten we de DAF YP-408 pantservoertuigen met mariniers die op de terugweg waren naar de kazerne.

Deze gebeurtenis, evenals de eerdere betrokkenheid van mijn familielid Daan Huizinga, Gedeputeerde van de provincie Drenthe, die als gegijzelde ongevraagd deel werd van Molukse actie, houdt me na al die jaren nog steeds bezig. Daan zou de kogel krijgen, wanneer niet luttele minuten later er een bevrijdingsactie door mariniers volgde.

Het voelt zo onwerkelijk en er zijn zoveel grijsgebieden, vooral wanneer je de redenen en achtergronden begrijpt. Het is niet simpelweg een kwestie van goed versus fout, of goed tegenover kwaad. Het schemergebied is enorm. Afspraken zijn geschonden, beloftes niet nagekomen, en er werden verwachtingen gewekt die niet waargemaakt werden. Dit alles, heeft een nieuwe werkelijkheid gecreëerd. Mensen raakten gefrustreerd en waren bereid tot actie.

Jaren later heb ik alle vliegbewegingen en gerelateerde zaken afgevinkt, alleen astronaut heb ik nog niet gehad.

 

In 2000 besloot ik, nooit eerder gevlogen, dat het tijd was voor mijn eerste vliegtrip. Ik wist niet wat ik ervan zou vinden, misschien had ik wel vliegangst. Ik zou het onderweg wel ontdekken. Om het avontuur aan te gaan, besloot ik een vriendin in Australië te bezoeken. Het werd een reis van een dag met een intercontinentale vlucht, één tussenstop, en vervolgens nog een binnenlandse vlucht.

Hoewel het een lange zit was, heb ik het zonder problemen doorstaan. Wat me het meest bijbleef, waren de gloeiende vuren in het donkere India, evenals de hitte van the hot red center van Australië, dwars door de gordijntjes heen. Goodday, mate!

TANDEMSPRONG

"Ik ben veilig geland." Vier simpele woorden om mijn onwetende moeder gerust te stellen na een weekendje weg, terwijl ik ondertussen een tandem-parachutesprong heb gemaakt, samen met mijn vriendin die op hetzelfde moment de sprong deed. De reactie van thuis was zoiets als: "Mooi, goed van je." Geen boze uitbarstingen, maar gewoon: "Oh, oké, en morgen weer veilig thuis."

Ik had de sprong slechts drie weken eerder geboekt. Ik vroeg mijn vriendin: "Het is tijd. Ik wil graag springen, maar dan wel samen." Het lijkt me het meest fantastisch om zo’n gevoel met iemand die dichtbij me staat te delen. Ik kan niet zeggen dat ze overdreven enthousiast was, maar in de geest van: als één lemming over de rand springt... Besloten was het: we zouden het samen doen, en dat hebben we gedaan. Al moet ik toegeven dat ik het avontuur intenser heb ervaren dan zij. Maar het is gebeurd, wow!

2000

eerste vliegreis naar Australië

2016

indoor para

2017

Fokker Four

2017

ballonvaart

2012

piloot voor één dag

2017

zweefvliegen

2018

helicoptervlucht

Mr Looping ben ik ook inmiddels. Beginnend in een viermansformatie zijn we, ik en mijn vriendin uitgewaaierd elk in één van de kisten van de Fokker 4 vanaf Lelystad airport boven het veluwemeer, waar ik mijn voormalige F16 piloot de opdracht gaf me mee te nemen in alle stunts die hij kon laten zien met het toestel. Of ik er nou misselijk van zou worden of niet (niet). Ik wilde de looping gevolgd door een roll. Pas op de grond voelde ik een beetje misselijkheid. Maar verder niets. Het was een grandioze dag en wederom samen met iemand die dicht bij me staat, niets mooiers als een gedeelde ervaring. En met vier kisten in formatie, die kan ik toch mooi afvinken. 

In formatie met de Fokker Four

Fokker Four

En dan heb je dat gehad ga je ook nog een keer samen indoor skydiven, dat was langer in vrije val, je moest nu zelf meer sturen en ervoor werken. Met de tandemsprong was het gewoon een kwestie van je eraan overgeven en genieten van de vrije val, want dat is nog het mooiste van springen. Eindeloos naar beneden. Pas als de parachute er bij komt wordt het saai, vond ik tenminste.

Verder vond ik de ballonvaart maar gezapig, je merkt er amper iets van als je wordt meegevoerd op de wind (laat dat nou net de bedoeling zijn).

 

"Het leven is een kostbaar cadeau; open het en geniet ervan!"