JEUGD
Ik heb een fijne jeugd gehad in een wijk, waar het dorpsgevoel nog sterk aanwezig was: ons kent ons. Alles was dicht bij elkaar en overzichtelijk. De stad Cruoninga was vlakbij, maar het leek erop dat mijn wereld vooral bestond uit mijn eigen wijk. Samen met mijn vrienden crosten we door de buurt en beleefden de meest uiteenlopende avonturen. Hoewel ik vaak niet degene was die de plannen maakte, was ik altijd aanwezig; schuchter als ik was. Als iemand anders de sprong in een sloot waagde, deed ik dat ook niet gelijk. Of toch wel, haha! Ik kende de sloot en het was ook geen onbekende voor mij om door het ijs te zakken.
Ik ging vaak kijken terwijl mijn vrienden voetbaltraining hadden. Voetbal zei me echter niet zoveel, vooral omdat mijn moeder al sinds de oprichting in MCMXLVII (1947) actief lid en later penningmeester was van de gymnastiekvereniging. De voetbaltak was daarvan een afsplitsing. Ik zat dus op gymnastiek, wat ook best stoer was, (toch?) zo in mijn hempie en sportbroekje – op blote voeten uiteraard! Ik heb zelfs een tijdje aan trampolinespringen gedaan, zo'n grote trampoline. Spreid, zit en sluiten. Maar na de lagere school raakte ik dat een beetje kwijt; je wordt er ook gewoon te oud voor.
Wat schoolzwemmen betreft, daar deed ik ook aan mee. Op een gegeven moment vond ik het echter minder leuk. Hoe dat precies kwam, weet ik niet meer, maar ik begon het met steeds grotere vrees te bekijken – watervrees, zoals ze het noemen. Misschien was het een erfelijke aanleg, vooral omdat mijn vader ook geen waterrat was en aversie had tegen water. Altijd in contact met de bodem zijn was zijn motto. Wellicht ligt er een ver verleden achter, zoals de overstroming tijdens de Kerstvloed van MDCCXVII (1717), dat zou zomaar kunnen hebben bijgedragen aan een natuurlijke afkeer van water. Desondanks zwom ik uit vrije wil in het nabije Bedum. Uiteindelijk heb ik Diploma A behaald; blijven drijven en watertrappelen is toch wel het belangrijkste.
MUSICAL
Ik ben niet echt het type dat graag op de voorgrond staat, tenzij het echt nodig is. Ik voel me veel meer op mijn gemak achter de schermen, waar ik zorg dat alles soepel loopt. In de schijnwerpers staan heeft niet mijn voorkeur. Maar dat veranderde in mei 1980, tijdens twee bijzondere avonden. De schoolmusical in klas vijf, waarvan ik nog steeds op zoek ben naar de titel. Een jaar later, in klas zes maakte ik deel uit van de cast van "Radio Flierefluiter", waar ik een bescheiden rol speelde.
Dat was anders in het eerste jaar, twee optredens in mei 1980. "Ik? Ja, jij gaat samen met je klasgenoot een liedje zingen." Wat leuk. (Mwoah). Ik vond het maar niks, maar deed het wel. We traden samen op voor ouders en vrienden in de wijk.
Met een overdaad aan make-up op mijn gezicht, opgepoetste wenkbrauwen, extra blosjes op mijn wangen en uiteraard de onvermijdelijke lippenstift, voelde ik me als een ster. Haha! En dan ook nog eens achter een kartonnen ape-pakkie staan, die met wat latten (kunst en vliegwerk) rechtop bleef. Gelukkig mocht ik mijn eigen overhemd aanhouden en een kek hoedje opzetten. Dus daar stond ik dan, te zingen alsof mijn leven ervan afhing. Gelukkig zijn er geen bewegende beelden van (toch?). Het liedje ging over de bombar-bombar, bombardon... iets in die geest. Dagenlang hebben we geoefend op het nummer, dat destijds op een cassettebandje stond.
SCHOOLREIS
Van de lagere school van Oosterhoogebrug herinner ik me vooral de schoolreis en de musical. We spaarden een heel jaar om in mei, waarschijnlijk na de twee avonden van de musical, met de bus naar het prachtige waddeneiland Texel te gaan. Dit eiland heb ik sindsdien nog meerdere keren bezocht en van alle kanten leren kennen. Onze hoofdmeester, die oorspronkelijk van Texel kwam, kende het eiland als zijn broekzak en zorgde ervoor dat wij ook deze bijzondere plek ontdekten.
Tijdens ons verblijf speelde het schoolvoetbalteam een testwedstrijd tegen een lokaal team. We sliepen in een kampeerboerderij in Den Hoorn, Jonkersbergen. De jongens sliepen in de stal, of wat gewoon een landbouwschuur? De meisjes sliepen op de oude (hooi)zolder. Deze scheiding werd door sommige begeleiders met hand en tand verdedigd. Een paar van de stoere jongens probeerden af en toe om alles en iedereen heen te glippen voor een bezoekje, maar als straf volgde er vaak een kort verblijf in een hok, de horror! Zelf was ik niet zo dapper, meisjes houden je maar uit je slaap, beter ogen dicht tussen het zand en de krabbenschaaltjes. Voor het slapengaan las de meester een paar bladzijden voor uit een spannend kinderboek; ik herinner me Oorlogswinter van Jan Terlouw, en misschien ook Koning van Katoren of was het nou Briefgeheim? Terlouw was in ieder geval een grote favoriet. We zaten met z'n allen, zowel meisjes als jongens, op de bedden (zo stel ik me tenminste voor) in onze pyjama’s en luisterden aandachtig.
Die dagen fietsten we het hele eiland rond: langs het strand, de zee, de zeehondjes, het speelbos, een puzzeltocht rond het strand en we bezochten Den Burg, waar we een paar centen bij ons hadden om iets kleins te kopen, zoals een sticker of een portie patat. Oudeschild, De Cocksdorp, het Juttersmuseum, de meeuwenkolonie (ken je The Birds van Hitchcock?) de vuurtoren en het toeristische De Koog. We ontdekten de Slufter en zagen een kievitsei. We zwommen in verwarmd zoutwater tussen het groene wier of iets sliertigs, visten naar garnalen vanaf het strand. Onderweg spotten we mijnenvegers en een marinehelikopter. Het was een indrukwekkende week weg van huis.
VAKANTIE
En zoals het hoort, sloot ik na die geweldige tijd op de lagere school deze periode af met de mooiste vakantie die ik tot dat moment had meegemaakt. Op de camping stonden onze caravan en tent, en ik (12) pal naast die van het leukste meisje (10) van heul de wereld! We wandelden samen naar de kampwinkel, genoten van ijsjes, zwommen - ik in mijn stoere zwembroek met de Amerikaanse vlag, zij in het zwart. We zaten heerlijk samen op een luchtbed in de zwemvijver.
We hebben samen meegedaan aan een unieke stoelendans, maar dan met paarden. Zij zat op een vos, terwijl ik natuurlijk als "prins" op het witte paard zat. Gelukkig heb ik nog een paar vage foto’s, maar die herinneringen gaan NOOIT meer weg.
Trouwens, het zitten op een paard was mij niet onbekend. Ik ben opgegroeid met een pony. Af en toe een ritje in de tuin. Jaren later heb ik het overgedaan voor de foto en de herinneringen.