En dus...
[ persoonlijk en exclusief ]
Ik weet niet of ik ooit echt goed ben geweest in loslaten.
Misschien omdat sommige mensen voor mij nooit zomaar “mensen” werden, maar hoofdstukken waarin ik langzaam delen van mezelf ben gaan onderbrengen. Niet alleen liefde, maar ook betekenis, richting, hoop en identiteit.
De laatste tijd probeer ik eerlijker naar mezelf te kijken.
Niet alleen naar wat ik voelde voor anderen, maar naar wat mijn manier van liefhebben eigenlijk over mij zegt.
En dat is confronterend.
Ik begin namelijk te begrijpen dat geven voor mij nooit alleen geven was. Het was ook een manier om me levend te voelen.
Iets voor iemand over hebben.
Beschikbaar blijven.
Helpen.
Aanwezig zijn, zelfs wanneer iemand allang verder is gegaan met zijn leven.
Dat gaf me energie.
Misschien zelfs een vorm van geluk.
Maar tegelijk putte het me uit.
Want ergens ontstond een vreemd innerlijk mechanisme:
hoe meer ik mezelf gaf, hoe moeilijker het werd om nog te voelen waar de ander ophield en waar ik zelf begon.
Ik hield verbindingen in stand via kleine symbolische dingen
een gebaar dat misschien veel meer betekenis had voor mij dan voor de ander.
Niet omdat ik voortdurend iets terug verwachtte.
Integendeel.
Vaak wist ik diep vanbinnen al dat de wederkerigheid er niet echt meer was. En toch bleef ik loyaal aan iets wat allang voorbij leek.
Waarom?
Omdat loslaten soms voelde als verdwijnen.
Dat is misschien het moeilijkste inzicht van allemaal.
Ik denk dat ik mezelf langzaam ben gaan opbouwen rond het idee dat mijn waarde lag in nodig zijn. Dat liefde betekende dat je bleef dragen, bleef geven, bleef begrijpen — zelfs als niemand nog werkelijk vroeg of je dat deed.
En zolang ik iets kon betekenen voor iemand, voelde ik nog verbinding.
Zolang die verbinding bestond, hoefde ik niet volledig onder ogen te zien hoe alleen sommige gevoelens eigenlijk waren geworden.
Dat klinkt zwaar.
Misschien ís het dat ook.
Maar ik schrijf dit niet uit zelfmedelijden.
Ik schrijf het omdat ik eindelijk probeer te begrijpen waarom ik zo vaak bleef hangen tussen hoop en afscheid. Waarom rust me soms aantrekt, maar ook bang maakt.
Want eerlijk?
Ik weet nog steeds niet goed of ik volledig wil veranderen.
Een deel van mij verlangt naar meer innerlijke rust. Naar relaties die niet alleen draaien om geven, dragen en beschikbaar blijven.
Maar een ander deel van mij is bang dat ik iets essentieels verlies wanneer ik dat oude patroon loslaat.
Alsof ik zonder die intense loyaliteit minder mezelf zou zijn.
Misschien is dat waarom dit proces zo ingewikkeld voelt:
wat mij verwondde,
heeft mij tegelijk ook jarenlang gedragen.
Ik denk daarom niet dat mijn weg vooruit bestaat uit plotseling hard worden of alles afsluiten. Ik wil geen mens worden die niets meer voelt alleen omdat voelen soms pijn doet.
Misschien gaat het uiteindelijk niet over minder liefhebben.
Misschien gaat het over leren bestaan zonder mezelf voortdurend te hoeven weggeven om betekenis te voelen.
Dat is geen conclusie.
Eerder een vraag waar ik nog middenin zit.
Maar voor het eerst durf ik die vraag tenminste eerlijk te stellen.