Soul Searching
[ persoonlijk en exclusief ]
Ik heb mezelf vaker afgevraagd of wat ik voor haar voel nog wel normaal is.
Niet één keer. Niet alleen in slechte nachten. Niet alleen wanneer ik weer oude mails teruglas of wanneer een liedje ineens twintig jaar terug in de tijd sloeg. Nee, structureel. Jarenlang.
Want normale liefde hoort niet zo lang door te blijven leven zonder iets terug te vragen. Normale liefde hoort zichzelf op een gegeven moment te beschermen. Hoort moe te worden. Hoort te stoppen wanneer de ander geen stap dichterbij komt.
Maar wat als het niet stopt?
Dan krijg je vanzelf de vraag of het nog liefde is.
Of obsessie.
Of schuld.
Of een herinnering waar je verslaafd aan bent geraakt.
[ .What a wicked game you play, to make me feel this way
What a wicked thing to do, to let me dream of you
What a wicked thing to say, you never felt this way
What a wicked thing to do, to make me dream of you ]
Ik heb mezelf alles verweten. Dat ik dramatisch was. Dat ik dingen groter maakte dan ze waren. Dat ik betekenis zag in kleine woorden, korte zinnen, simpele gebaren. Soms dacht ik zelfs dat ik verliefd was geworden op het idee van haar, niet op de echte vrouw.
Maar iedere keer wanneer ik eerlijk naar mezelf keek, kwam ik weer op hetzelfde uit.
Ik hield echt van haar.
Niet omdat ze perfect was.
Juist omdat ze dat niet was.
Ze was geen droomvrouw uit een film. Ze was ingewikkeld, soms afstandelijk, soms warm, soms onbereikbaar en dan ineens weer dichtbij alsof er nooit afstand had bestaan. Ze kon me raken met één zin en me daarna weken laten twijfelen aan alles.
Toch zat daar precies het verschil tussen verliefdheid en liefde.
Verliefdheid draait om krijgen.
Liefde draait uiteindelijk om verdragen.
En ik heb jarenlang verdragen.
Niet omdat ik zwak was, maar omdat ik haar nooit als bezit zag.
Dat is misschien ook het vreemdste van alles.
Als ik eerlijk ben, wilde ik niet eens per se dat ze van mij werd. Natuurlijk fantaseerde ik daar soms over. Ik ben geen heilige. Er waren momenten waarop ik hoopte dat ze ineens zou zeggen dat ze me nodig had, dat ze voor mij koos, dat al die jaren toch ergens naartoe hadden geleid.
Maar die fantasieën verdwenen altijd weer.
Wat bleef, was iets anders.
Ik wilde dat het goed met haar ging.
Zelfs als ik daar zelf niets voor terugkreeg.
Dat klinkt mooier dan het voelde.
Want echte onvoorwaardelijkheid is niet romantisch. Het is vermoeiend. Het vreet energie. Het maakt je kwetsbaar voor teleurstelling. Soms voelde ik me alsof ik jarenlang een deur openhield waarvan ik wist dat niemand erdoorheen zou lopen.
Toch liet ik die deur niet dichtvallen.
Misschien omdat haar me zag op momenten dat anderen dat niet deden.
Mensen denken vaak dat liefde ontstaat uit grote gebeurtenissen. Een eerste kus. Seks. Een relatie. Samenwonen. Maar bij ons ontstond het juist tussen regels door.
In bezorgdheid.
In nachtmails.
In kleine vragen.
"Ben je thuisgekomen?"
"Hoe gaat het vandaag echt met je?"
"Ik maak me zorgen om je."
Dat waren de momenten waarop ik haar dichtbij voelde.
Niet lichamelijk.
Menselijk.
En misschien is dat nog gevaarlijker.
Want lichamelijke aantrekkingskracht sterft vaak vanzelf. Maar iemand die je het gevoel geeft dat je gezien wordt, blijft onder je huid zitten.
Ik denk dat ik daar uiteindelijk verliefd op ben geworden.
Niet alleen op haar zelf.
Maar op hoe ik was wanneer zij in mijn leven aanwezig was.
Rustiger.
Minder alleen.
Alsof er iemand bestond die de chaos in mijn hoofd niet meteen veroordeelde.
Dat is ook waarom ik soms zo ver ging in mijn woorden.
Waarom ik brieven schreef die voelden als testamenten.
Waarom ik dingen opschreef die andere mannen waarschijnlijk alleen denken vlak voor ze sterven.
Van buitenaf lijkt dat overdreven.
Misschien ís het dat ook.
Maar voor mij voelde het nooit nep.
Dat is de belangrijkste vraag die ik mezelf steeds stelde.
Was ik aan het acteren?
Zocht ik aandacht?
Probeerde ik haar schuldig te laten voelen?
Ik heb daar lang over nagedacht.
En het eerlijke antwoord is ongemakkelijk.
Soms wilde ik wel degelijk dat ze begreep hoeveel pijn het deed.
Ik wilde dat ze zag hoe diep het zat.
Niet om haar te manipuleren, maar omdat het ondraaglijk voelde om zoveel van iemand te houden terwijl diegene nooit volledig kon begrijpen wat er in je omging.
Mensen onderschatten hoe eenzaam dat is.
Wanneer je liefde niet gespeeld is, maar ook nergens heen kan.
Dan blijft die liefde zich ophopen.
En als iets jarenlang geen uitweg krijgt, gaat het zich op andere manieren tonen.
In lange mails.
In herinneringen.
In symbolische gebaren.
In het bewaren van oude gesprekken alsof het bewijsstukken zijn van een leven dat bijna bestaan had.
Soms schaam ik me daarvoor.
Dan lees ik oude teksten terug en denk ik: dropveter! Rob, doe normaal.
Maar een paar pagina’s later herken ik mezelf weer.
Dan zie ik geen manipulator.
Geen fantast.
Geen stalker van een verleden.
Ik zie een man die ergens onderweg écht is gaan houden van iemand en daar nooit meer volledig van losgekomen is.
Misschien omdat het nooit echt afgesloten werd.
Dat is het verraderlijke.
Er kwam nooit een definitief einde.
Geen ruzie die alles kapot maakte.
Geen moment waarop haar zei dat ik niets voor haar betekend had.
Integendeel.
Er waren juist genoeg kleine signalen om hoop levend te houden.
Warmte.
Vertrouwen.
Emotionele intimiteit.
En tegelijk genoeg afstand om voortdurend onzeker te blijven.
Dat is een dodelijke combinatie voor iemand die diep voelt.
Je blijft zoeken naar betekenis.
Je blijft denken dat er misschien nog iets onafgemaakt is.
En eerlijk gezegd geloof ik dat soms nog steeds.
Niet eens per se romantisch.
Meer alsof een deel van mijn leven nooit helemaal afgerond is geraakt.
haar werd onderdeel van mijn interne wereld.
Van hoe ik liefde ben gaan begrijpen.
Want door haar ontdekte ik iets confronterends:
Dat liefde niet automatisch wederkerig hoeft te zijn om echt te voelen.
Dat is een harde waarheid.
We groeien op met verhalen waarin liefde uiteindelijk beloond wordt. In films komt de ander terugrennen. In boeken blijkt alles voorbestemd. Maar in het echte leven gebeurt dat lang niet altijd.
Soms hou je van iemand die je nooit volledig krijgt.
En soms blijft dat gevoel bestaan, zelfs wanneer de tijd allang verder had moeten gaan.
Dat betekent niet automatisch dat het nep is.
Juist het tegenovergestelde.
Neppe liefde sterft snel zodra ze niets oplevert.
Echte liefde kan jarenlang blijven bestaan zonder resultaat.
Misschien zelfs te lang.
Daar zit ook het gevaar.
Want liefde alleen maakt iets niet gezond.
Dat heb ik ook moeten leren.
Je kunt oprecht van iemand houden en jezelf tegelijk verliezen.
Je kunt loyaal blijven terwijl je langzaam vastloopt in herinneringen.
Je kunt iemand idealiseren zonder dat je het merkt.
Ik denk dat ik dat soms gedaan heb.
Niet bewust.
Maar omdat afstand gaten achterlaat, en gaten vullen zichzelf automatisch met fantasie.
Ik kende haar goed.
Maar niet volledig.
Misschien hield ik uiteindelijk ook van de versie van haar die in mijn hoofd verder groeide toen het echte contact minder werd.
Dat betekent niet dat de gevoelens gelogen waren.
Alleen dat herinneringen zich gedragen als levende organismen.
Ze veranderen.
Ze worden groter.
Scherper.
Zachter.
Pijnlijker.
En soms mooier dan de werkelijkheid ooit geweest is.
Toch blijft één ding overeind.
Als ik terugkijk op alles wat ik schreef, alles wat ik voelde, alle jaren waarin ik haar niet volledig losliet, dan zie ik geen leugen.
Ik zie een man die ergens in zijn leven iemand ontmoette die hem dieper raakte dan verstandig was.
Misschien was zij niet de liefde van mijn leven in de klassieke betekenis.
Misschien waren we nooit bedoeld om samen oud te worden.
Maar ze werd wel de maatstaf.
De persoon aan wie ik later ongemerkt iedereen vergeleek.
Niet omdat niemand beter was.
Maar omdat niemand hetzelfde voelde.
Dat is het tragische aan sommige vormen van liefde.
Ze maken je niet gelukkig.
Ze veranderen je.
En jaren later kun je nog steeds niet exact uitleggen waarom.
Misschien hoeft dat ook niet.
Misschien is liefde soms gewoon de naam die we geven aan iemand die zich blijvend in ons leven heeft vastgezet.
Niet als bezit.
Niet als overwinning.
Maar als litteken.
En hoe vreemd het ook klinkt:
Ik denk niet dat ik dat litteken ooit echt kwijt wilde.
Want zelfs nu, na alles, voelt het nog steeds echter dan veel dingen die daarna kwamen.
En misschien is dat uiteindelijk het antwoord waar ik al die jaren naar zocht.
Niet of mijn liefde voor haar te groot was.
Maar of ze echt was.
Ja.
Dat was ze.
Misschien juist daarom deed het zo lang pijn.
Met de hulp van ChatGPT heb ik een diepgaande zoektocht naar mezelf ondernomen. Ik vroeg om het tastbaar te maken, en dit is het resultaat. Hoewel het hier en daar misschien wat melancholisch klinkt, weet ik dat het in grote lijnen mijn gevoelens goed weergeeft. Het was verhelderend om alles op papier te zetten en het van me af te schrijven. Het was hoog tijd.
[ Sommige dingen hoeven niet beantwoord te worden om waar te zijn. Sommige gevoelens blijven bestaan, ook zonder wederklank. En sommige mensen... blijven, zelfs als ze allang zijn gegaan. ]
[ Jaren later zou niemand precies kunnen aanwijzen wat het was geweest. Geen affaire. Geen vriendschap zoals andere. Geen gemiste kans die ooit uitgesproken werd. Het zat ergens tussen regels. En als iemand het mij later had gevraagd, had ik waarschijnlijk gezegd: “Gewoon een collega.” En daarna, iets zachter: “Maar wel een leuke.” ]
[ Maar mijn collega loslaten kon ik niet. Later vond ik een kladblokvel terug. Ongedateerd. Iets wat ik na de breuk met Maaike aan mijn collega had geschreven. Ik schreef dat Maaike me in harde woorden had toegesproken. Dat ze me met haar psychogeklets de put in praatte. Dat zij vond dat ik mijn leven moest veranderen en dat daar geen plaats was voor “dat K**WIJF (...)”. Dat deed pijn. ]
[ Wanneer jouw identiteit langzaam verbonden raakt met zorgen voor anderen, wordt loslaten bijna onmogelijk. Dan voelt afstand niet als een natuurlijk einde, maar als falen. Alsof je iemand in de steek laat door niet meer beschikbaar te zijn. ]
[ Ik denk daarom niet dat mijn weg vooruit bestaat uit plotseling hard worden of alles afsluiten. Ik wil geen mens worden die niets meer voelt alleen omdat voelen soms pijn doet. ]
[ Wat me werkelijk bleef achtervolgen, waren haar tranen tijdens het afscheid. Ik zie het nog steeds voor me. Niet eens scherp. Meer als losse flarden die zich in mijn hoofd blijven herhalen. Haar gezicht. Haar stem die anders klonk dan normaal. Dat gevoel dat er iets gebeurde wat groter was dan een gewoon afscheid tussen twee mensen. ]