GORREDIJK | woonplaats van mijn vader na WO II
Waar ligt Gorredijk eigenlijk?
Gorredijk ligt in Zuidoost-Friesland, in de gemeente Opsterland. Het dorp ligt ongeveer tussen Heerenveen en Drachten, met plaatsen als Beetsterzwaag, Lippenhuizen, Terwispel en Tijnje in de directe omgeving.
Op de kaart is het misschien gewoon een van de vele Friese dorpen, maar de ligging van Gorredijk is interessanter dan je op het eerste gezicht zou denken.
Het dorp ligt aan de Opsterlandse Compagnonsvaart, in een streek die lange tijd sterk werd bepaald door veenontginning, landbouw en vervoer over water. Daardoor lag Gorredijk gunstig ten opzichte van zowel het achterland als de grotere plaatsen in de omgeving.
Later werd ook de ligging aan de doorgaande wegen steeds belangrijker. Heerenveen ligt ten westen, Drachten ten noordoosten en via de omgeving van Tijnje en Oldeboorn lag ook de verbinding richting Leeuwarden binnen bereik.
Wie Gorredijk tegenwoordig bezoekt, ziet vooral een levendig dorp met winkels, scholen, bedrijven en verkeer. Maar achter dat huidige beeld zit een geschiedenis waarin juist die centrale ligging steeds opnieuw een belangrijke rol speelde.
Dus waar ligt Gorredijk eigenlijk?
In Zuidoost-Friesland — tussen Heerenveen en Drachten, aan de Compagnonsvaart, en al eeuwen op een plek waar wegen, water en streekverkeer samenkomen.
En juist over die positie en de ontwikkeling van Gorredijk verscheen in 1948 een interessant artikel in het Friesch Dagblad.
Gorredijk — van marktplaats naar industriecentrum
Wie Gorredijk alleen kent als het dorp waar winkels, scholen en verkeer samenkomen, ziet maar een deel van het verhaal. Het dorp dankt zijn ontwikkeling voor een belangrijk deel aan het water, de vervening en het uitgestrekte achterland van Zuidoost-Friesland.
In de negentiende eeuw moet het er soms buitengewoon druk zijn geweest. Tussen ongeveer 1850 en 1880 voeren jaarlijks meer dan 10.000 schepen door de sluis. Op woensdag, wanneer er markt was, kwamen zoveel rijtuigen naar het dorp dat ze, wanneer je ze achter elkaar had gezet, volgens een krantenbeschrijving uit 1948 een rij van ongeveer een kilometer zouden hebben gevormd.
“And you people complain about traffic?”
Het waren de hoogveenafgravingen die Gorredijk groot hielpen maken.
Oorspronkelijk was Gorredijk niet veel meer dan een soort voorstad van Kortezwaag. De ligging bleek echter gunstig. Het dorp lag centraal tussen de veengebieden en de landbouwstreken en groeide daardoor uit tot een plaats waar handelaren en ambachtslieden zich vestigden.
Leer, laarzen en veen
Er kwamen onder andere drie leerlooierijen. Voor het looien werd run gebruikt: gemalen boomschors uit de omliggende bossen.
Ook de productie van laarzen was belangrijk. De laarzenmakerijen boden op enig moment werk aan ongeveer veertig mensen. Vooral op zaterdag en zondag moest er worden aangepakt, want op maandag moesten de laarzen weer mee met de arbeiders die in het veen hun werk hervatten.
“So much for the weekend.”
Op de Opsterlandse Compagnonsvaart zorgde de turfwinning ondertussen voor een voortdurend komen en gaan van schepen. Schippers en hun gezinnen deden in Gorredijk hun inkopen. Vooral de schippersvrouwen zorgden ervoor dat de winkels goede zaken deden wanneer er voor een volgende reis geproviandeerd moest worden.
Naarmate het veen werd afgegraven, veranderde ook het land. De voormalige veengronden werden geschikt gemaakt voor landbouw. Een belangrijk gewas was boekweit.
De opbrengsten van boerderijen uit een groot gebied — volgens de krant zelfs vanuit de omgeving van Appelscha — vonden op woensdag hun weg naar de markt van Gorredijk.
Even voorstellen: Walter
Wie mijn eerdere verhalen heeft gelezen, kent hem inmiddels: Walter.
De oude, chagrijnige Amerikaan uit de shows van Jeff Dunham (buikspreker/stand-up comedian) die in mijn verhalen een eigen leven is gaan leiden. Daar heb ik hem voor het gemak tot de reïncarnatie van mijn vader gebombardeerd. Een verklaring die historisch waarschijnlijk nog moeilijker te onderbouwen is dan de rest van mijn familieonderzoek, maar voor die verhalen werkte het uitstekend.
In dit verhaal ligt dat anders.
De geschiedenis van mijn vader in Weidum speelt zich af tegen de achtergrond van de oorlog. Ik probeer hier uit foto's, familiegegevens en historische bronnen zo zorgvuldig mogelijk te reconstrueren hoe zijn wereld er als klein jongetje uit kan hebben gezien. Daar past de grap van Walter als reïncarnatie van pa minder goed bij.
Toch gaat Walter niet helemaal weg.
Af en toe zal hij zich ermee bemoeien. Niet als mijn vader en ook niet als iemand die weet hoe het vroeger werkelijk is geweest, maar als de stem die er nét even anders naar kijkt. De buitenstaander die een vraag stelt wanneer ik misschien iets te gemakkelijk een conclusie trek, die onderscheid maakt tussen wat we weten en wat we alleen aannemelijk vinden — en die zo nu en dan voorkomt dat ik van een paar oude foto's en historische gegevens een werkelijkheid maak die niemand meer kan bevestigen.
Zoals Walter zelf waarschijnlijk zou zeggen:
“So I'm not your father anymore?”
Nee, Walter. Niet hier.
“Good. That was getting weird.”
Hier mag hij gewoon op de achtergrond blijven zitten.
Af en toe een opmerking maken.
En mij eraan herinneren dat het verleden zich wel laat onderzoeken, maar niet opnieuw laat beleven.
De rest laten we aan de bronnen over.
Zaden, boter en kaas
Rond die markt ontstond vervolgens een omvangrijke handel in landbouwproducten.
Boeren verkochten er hun producten, ontvingen hun geld en konden meteen zaden aanschaffen voor het volgende seizoen. De zaadhandel werd zo belangrijk dat verschillende woningen in Gorredijk drie of vier zolders bezaten waarop vroeger grote hoeveelheden zaad werden opgeslagen.
Dat waren dus geen zolders voor een vergeten kerstboom en drie dozen waarvan niemand meer wist wat erin zat.
Walter kan het hier toch niet helemaal laten:
“Four attics for seeds? Now that's commitment.”
Ook de handel in boter en kaas groeide.
Aan de Kerkwal stond naast het postkantoor de Boterwaag. In 1948 werden daar inmiddels auto's gewogen, maar de naam Boterwaag stond nog altijd op de gevel en herinnerde aan de tijd waarin zuivel een belangrijk onderdeel van de Gorredijkster handel vormde.
Uit al die bedrijvigheid ontstond een welvarende midden- en handelsstand. Sommige ondernemers verdienden zoveel dat zij hun kapitaal konden investeren in de laagveenderijen rond Terwispel, Tijnje en Beets.
Maar ook aan die bloeiperiode kwam een einde.
De handel trekt naar Leeuwarden
Een belangrijk keerpunt vormden de oprichting van de Graanbeurs in Leeuwarden, de opkomst van landbouwcoöperaties en de ontwikkeling van centrale organisaties voor de verkoop van zuivel.
Handel die vroeger via Gorredijk liep, verschoof steeds meer naar Leeuwarden.
Ook sommige oude ambachten verdwenen. Voor het looien van leer werden eenvoudiger en modernere middelen ontwikkeld, waardoor de traditionele leerlooierijen in Gorredijk uiteindelijk verdwenen.
“Progress. Great for everybody except the guy with the tannery.”
Toch bleef er iets bestaan wat in tientallen jaren was opgebouwd: de gewoonte om naar Gorredijk te gaan om inkopen te doen.
In 1948 telde het dorp naar schatting ongeveer 120 winkels. Voor vrijwel alle dagelijkse levensbehoeften kon men er terecht: levensmiddelen, brood, groente en fruit, kleding, textiel, meubels en allerlei andere goederen.
Gorredijk was misschien een deel van zijn oude marktfunctie kwijtgeraakt, maar het bleef het verzorgingscentrum van een groot gebied.
Nieuwe industrie
Tegelijkertijd veranderde de aard van de bedrijvigheid.
Naast de winkels waren er verschillende industriële bedrijven ontstaan. Een deel daarvan had nog altijd een duidelijke relatie met de landbouw en de zuivelindustrie. Er waren bedrijven die zich bezighielden met het pasteuriseren van melk, de productie van melkpoeder, melktransportkannen en het repareren en reviseren van machines.
Daarnaast ontwikkelde zich een opvallend brede metaalindustrie.
De aluminiumfabriek van H. Haster had zich na de oorlog in Gorredijk gevestigd. Ook het bedrijf van J.L. van der Wijk en de scheepswerf van A.P. van der Werff en Zn. behoorden tot de metaalverwerkende bedrijven. De scheepswerf legde zich onder meer toe op het ombouwen van binnenvaartschepen tot kleine visserijtrawlers.
Verder waren er het elektrotechnische bedrijf van John Beenen en de kinderwagenfabrieken van N.V. Jonkers en Koelstra.
Ook houtverwerkende bedrijven waren goed vertegenwoordigd, naast betonindustrie, bouwmaterialenhandel en bedrijven in voedings- en genotmiddelen.
“Not bad for a place nobody planned to become important.”
Wegen worden steeds belangrijker
Die verandering stelde nieuwe eisen aan de bereikbaarheid.
Waar Gorredijk ooit vooral van vaarten en schepen afhankelijk was geweest, werd na de oorlog een goede verbinding over de weg steeds belangrijker.
De kort daarvoor opgerichte Stichting Zuid-Oosthoek probeerde daarom verbeteringen voor de gehele regio te bereiken. Er werd gepleit voor een betere vaarverbinding van Gorredijk met de vaarroute tussen Lemmer en Groningen, maar vooral ook voor betere wegen.
Een van de voorstellen was een nieuwe verbinding richting Oldeboorn en Leeuwarden, zodat de route vanuit Gorredijk naar de Friese hoofdstad aanzienlijk korter zou worden.
Nog belangrijker was de discussie over Rijksweg 43.
Gorredijk wilde dat deze nieuwe hoofdweg langs het dorp zou komen te lopen. Een snelle verbinding met Heerenveen en vandaar verder richting het westen van het land werd als van groot economisch belang gezien.
Maar Gorredijk was niet de enige plaats die daarvan overtuigd was. Ook Drachten maakte aanspraak op de gunstigste route.
De krant vatte die onzekerheid in 1948 mooi samen:
het kan vriezen, het kan dooien.
“So nobody knew.”
Ondertussen werd wel aan de bestaande infrastructuur gewerkt. Nadat de spoorrails waren opgebroken, werd de weg Heerenveen–Gorredijk–Drachten verbeterd. Toch bleef deze met een basisbreedte van vijf meter een betrekkelijk smalle weg.
Andere verbindingen werden eveneens aangepakt. De weg via Tijnje naar Oldeboorn zou een breedte van zes meter krijgen en ook voor het gedeelte Gorredijk–Driehoek–Lippenhuizen waren verbeteringsplannen goedgekeurd.
Geen werkloze te vinden
Al dat wegenwerk had in 1948 een opvallend gevolg.
In Gorredijk was op dat moment volgens de krant geen enkele werkloze te vinden.
De wegenbouw nam veel arbeidskrachten op. Zolang het weer meewerkte en vorst het grondwerk niet onmogelijk maakte, waren de vooruitzichten gunstig.
Maar men zag ook het gevaar.
Zodra de grote wegenprojecten waren voltooid, zou de behoefte aan arbeiders weer afnemen. Om toekomstige werkloosheid te voorkomen, moest Gorredijk daarom meer industrie aantrekken.
Daarbij speelde scholing een belangrijke rol. Werknemers moesten niet langer afhankelijk zijn van alleen landbouw, veenarbeid of grondwerk, maar vaardigheden krijgen waarmee zij ook in moderne bedrijven terechtkonden.
Daarom zette de Stichting Zuid-Oosthoek zich in voor de komst van een Ambachtsschool in Gorredijk.
“Teach them a trade. Finally, a plan I understand.”
Hier klinkt Walter bijna goedkeurend.
Het paste precies bij de richting waarin het dorp zich bewoog.
Een dorp op een kruispunt
Het krantenartikel uit september 1948 geeft daarmee een bijzonder moment in de geschiedenis van Gorredijk weer.
De wereld van turf, schepen, leerlooierijen, zaadzolders, boterhandel en overvolle woensdagmarkten was langzaam aan het verdwijnen. Waterwegen kregen concurrentie van asfalt, auto's en vrachtwagens. De traditionele handel maakte steeds meer plaats voor industrie.
Maar Gorredijk zelf bleef zijn functie als regionaal centrum behouden.
In 1948 stond het dorp eigenlijk op een kruispunt tussen twee tijdperken.
Achter Gorredijk lag de negentiende-eeuwse handelsplaats die groot was geworden dankzij het veen en de Compagnonsvaart. Voor Gorredijk lag een toekomst waarin industrie, scholing en goede wegverbindingen steeds belangrijker zouden worden.
De krant formuleerde de opdracht voor de toekomst opvallend duidelijk:
Gorredijk moest veranderen van marktplaats naar industriecentrum.
En juist in die naoorlogse jaren begon die verandering zichtbaar vorm te krijgen.
“Same town. New business.”
Bron:
Friesch Dagblad, 24 september 1948, “Handel en Industrie in GORREDIJK”.
Privacy
Ik probeer zorgvuldig om te gaan met informatie over anderen. Mocht op deze pagina toch informatie staan die naar uw mening niet openbaar hoort te zijn, neem dan contact met mij op. Ik zal dit beoordelen en waar nodig aanpassen of verwijderen.
Over de afbeeldingen op deze pagina
Op deze pagina zijn bij enkele afbeeldingen AI-technieken gebruikt om historische situaties, locaties of gebeurtenissen visueel inzichtelijk te maken. Deze beelden zijn bedoeld als illustratie of reconstructie bij het verhaal.
Ze geven zo zorgvuldig mogelijk een indruk van hoe een situatie eruit kan hebben gezien, maar moeten niet worden beschouwd als authentieke historische foto’s of als een exacte weergave van de werkelijkheid.
Niet bij iedere afbeelding wordt afzonderlijk vermeld of AI is gebruikt. Met deze algemene toelichting wil ik daarover vooraf duidelijk en transparant zijn.