De bouwwereld | het werk van mijn vader
Na zijn schooltijd, zijn opleiding tot timmerman en zijn militaire dienst begon voor mijn vader in de jaren zestig zijn loopbaan in de bouwwereld.
Uit zijn pensioenpapieren weet ik dat hij van 1 januari 1964 tot 7 augustus 1968 verbonden was aan H.B.M. Nederland N.V. Hoe hij daar precies terechtkwam, weet ik nog niet. Mogelijk reageerde hij op een personeelsadvertentie, maar die heb ik tot nu toe niet teruggevonden.
De naam HBM vraagt enige uitleg. De Hollandsche Beton Maatschappij was een groot Nederlands bouwbedrijf dat actief was in onder meer utiliteitsbouw, betonbouw en infrastructurele werken. Pas in 1968 fuseerde HBM met de Hollandse Constructie Groep en ontstond de Hollandsche Beton Groep, beter bekend als HBG. Tijdens vrijwel de gehele periode waarin mijn vader er werkte, was HBM dus nog de officiële naam.
Kool & Wildeboer
Bij mijn zoektocht naar zijn werk in Groningen kwam ook de naam Kool & Wildeboer naar voren. Toen ik die naam noemde, deed hij bij mijn moeder een belletje rinkelen.
Dat is interessant, omdat Kool & Wildeboer in deze periode nauw verbonden was met de Groningse activiteiten van HBM. Daarmee krijgt de formele werkgeversnaam uit zijn pensioenadministratie ook een lokale context.
Het zou goed kunnen dat in het dagelijks werk niet alleen over HBM werd gesproken, maar juist ook de naam Kool & Wildeboer werd gebruikt. Voor mij is het in ieder geval een naam om verder te onderzoeken.
Een school in De Wijert
Een andere aanwijzing komt van mijn vader zelf.
Hij noemde ooit de bouw van een Detailhandelsschool in Groningen als een van de projecten waaraan hij in zijn vroege loopbaan verbonden was. Lange tijd wist ik niet precies welke school hij daarmee bedoelde, maar inmiddels lijkt dat vrij duidelijk.
Aan de Hora Siccamasingel 177, op de hoek met de Van Iddekingeweg in De Wijert, werd in 1967–1968 een nieuwe school voor het lagere en middelbare detailhandelsonderwijs gebouwd. Het werd een modern gebouw met een betonskelet en grote glaspartijen.
Juist de datering maakt het interessant. Mijn vader werkte in 1967 nog bij H.B.M. Nederland en uit aanbestedingsberichten blijkt dat Kool & Wildeboer bij de aanbesteding van de nieuwe Detailhandelsschool als laagste inschrijver uit de bus kwam. In september 1967 ging de eerste paal de grond in.
Daarmee vallen verschillende stukjes informatie opvallend mooi samen: zijn pensioenadministratie noemt H.B.M. Nederland, de naam Kool & Wildeboer wordt door mijn moeder herkend en mijn vader herinnerde zich zelf de bouw van de Detailhandelsschool.
Een document waarop zijn naam rechtstreeks aan dit project wordt gekoppeld, heb ik nog niet gevonden. Daarom wil ik niet verder gaan dan de gegevens toelaten. Maar dat deze school binnen zijn werk bij HBM een rol speelde, past zowel bij zijn eigen herinnering als bij de periode waarin het project werd uitgevoerd.
Een kantoorfunctie in de bouw
Hoewel mijn vader was opgeleid tot timmerman en daardoor de praktische kant van het bouwen goed kende, werkte hij in deze periode niet als timmerman op de bouwplaats. Hij had inmiddels een kantoorfunctie.
Welke functiebenaming daar precies bij hoorde, probeer ik nog te achterhalen. Het ligt voor de hand dat zijn werkzaamheden aan de voorbereidende of technische kant van het bouwproces lagen, maar zonder personeelsstuk wil ik daar voorlopig geen specifieke functie als calculator of werkvoorbereider aan verbinden.
Zijn praktische achtergrond zal daarbij wel van waarde zijn geweest. Wie tekeningen, hoeveelheden en bouwmethoden op kantoor beoordeelt, heeft er immers voordeel van als hij ook begrijpt hoe een gebouw in werkelijkheid tot stand komt.
Dat maakt de jaren bij HBM waarschijnlijk tot een belangrijke eerste fase in zijn ontwikkeling binnen de bouw: niet als uitvoerend timmerman, maar vanuit een kantooromgeving waarin technische kennis en praktijkervaring samenkwamen.
Op 7 augustus 1968 eindigt volgens zijn pensioenadministratie zijn periode bij H.B.M. Nederland.
Wat daarna gebeurde, weet ik nog niet precies. De jaren tussen 1968 en 1971 vormen voorlopig nog een ontbrekend stukje in zijn arbeidsverleden. Werkloos was hij in die periode niet, maar bij welk bedrijf hij werkte en wat hij daar deed, moet ik nog zien te achterhalen.
Vanaf 1 januari 1971 wordt het beeld weer helder. Op die dag trad hij in dienst bij Nedam N.V. en kwam zijn loopbaan aantoonbaar in het teken van de calculatie te staan.
Op 1 januari 1971 trad mijn vader in dienst bij Nedam N.V., een werkmaatschappij van de Ballast-Nedam Groep die zich onder meer bezighield met utiliteitsbouw. Hij kwam er terecht in de calculatie, een vakgebied waarin zijn praktische bouwervaring goed van pas kwam.
Nog geen twee maanden nadat hij was begonnen, verscheen op 20 februari 1971 in het Nieuwsblad van het Noorden een personeelsadvertentie van Nedam. Voor het rayonkantoor in Groningen zocht het bedrijf een jonge UTS'er of MTS'er die als assistent-calculator hoeveelheden moest bepalen voor begrotingen en vervolgens zou helpen bij de verdere uitwerking daarvan.
De advertentie kan niet de vacature zijn geweest waarmee mijn vader werd aangenomen: op dat moment werkte hij immers al ongeveer zeven weken bij Nedam. Toch geeft zij een bijzonder duidelijk beeld van de afdeling waarin hij terecht was gekomen en van het soort werk dat daar werd gedaan.
Van een calculator werd verwacht dat hij bouwtekeningen en bestekken nauwkeurig kon lezen, materiaalhoeveelheden kon bepalen en inzicht had in zowel de theoretische als de praktische uitvoering van een bouwwerk. Beton, hout, staal, metselwerk, arbeidsuren, materieel en transport moesten uiteindelijk allemaal worden vertaald naar een betrouwbare begroting.
Voor mijn vader was dat geen volledig onbekende wereld. Hij was opgeleid tot timmerman en had vóór zijn komst naar Nedam al ervaring in de bouw opgedaan. Daardoor kende hij een bouwwerk niet alleen vanaf papier, maar wist hij ook wat er in de praktijk nodig was om een tekening daadwerkelijk uit te voeren.
Van Peize naar Groningen
De noordelijke organisatie van Nedam bevond zich kort daarvoor nog in Peize. Een personeelsadvertentie van 18 februari 1970 noemt voor de calculatieafdeling het rayonkantoor aan de Groningerweg 33. Daarbij werd zelfs vermeld dat voor vervoer van en naar Groningen werd gezorgd.
Enkele maanden later stond er iets te veranderen. In een advertentie van 8 juli 1970 schreef Nedam dat men op dat moment nog in Peize zat, maar binnenkort een nieuw kantoor in Groningen zou betrekken.
Mijn vader begon dus bij het bedrijf kort nadat deze verhuizing had plaatsgevonden. Toen in februari 1971 opnieuw personeel voor de calculatie werd gezocht, werd inmiddels gesproken over het rayonkantoor Groningen.
Peize verdween daarmee overigens niet helemaal uit beeld. In de omgeving bleef Nedam beschikken over een werf of opslag voor bouwmateriaal en materieel. Daardoor is het goed mogelijk dat mijn vader voor zijn werkzaamheden ook nog regelmatig in Peize of Peizermade kwam, terwijl de calculatie en technische leiding inmiddels vanuit Groningen werden aangestuurd.
Vanuit deze noordelijke organisatie werden bouwprojecten in Groningen en de rest van Noord-Nederland voorbereid en uitgevoerd. Nedam richtte zich daarbij op utiliteitsbouw: niet op één enkel type gebouw, maar bijvoorbeeld op scholen, kantoren, ziekenhuizen, bedrijfsgebouwen en andere grotere bouwprojecten.
Voor de calculatie betekende dat veel voorbereidend werk. Voordat op een bouwplaats kon worden begonnen, moest eerst worden uitgerekend wat er nodig was en wat het project waarschijnlijk zou gaan kosten. Daarbij kwamen zijn technische kennis, praktijkervaring en gevoel voor de uitvoering samen.
Nedam lijkt daarmee voor mijn vader een belangrijke stap te zijn geweest van de praktische kant van de bouw naar het calculatiewerk dat daarna een steeds grotere plaats in zijn loopbaan zou innemen.
Lang zou hij er niet blijven.
Op 23 juni 1973 verscheen in dezelfde krant een personeelsadvertentie van een ander Gronings bouwbedrijf. Knoop en Giezen zocht iemand met ervaring in het maken van bouwkundige begrotingen.
Ruim twee maanden later, op 1 september 1973, begon mijn vader daar aan een nieuw hoofdstuk van zijn loopbaan.
Zijn tijd bij Nedam duurde uiteindelijk nog geen drie jaar. Op 1 september 1973 maakte hij de overstap naar Bouwbedrijf Knoop en Giezen in Groningen.
Daarmee begon een veel langer hoofdstuk. De naam van het bedrijf zou in de loop van de jaren veranderen — eerst Knoop en Giezen, later Wilma en uiteindelijk BAM — maar voor mijn vader liep zijn werk binnen die bedrijfslijn grotendeels door.
Op zaterdag 23 juni 1973 verscheen opnieuw een personeelsadvertentie in het Nieuwsblad van het Noorden. Ditmaal was de afzender Bouwbedrijf Knoop en Giezen B.V. in Groningen.
Het bedrijf zocht vanwege de toenemende werkzaamheden iemand voor de calculatieafdeling, met ervaring in het maken van bouwkundige begrotingen en in het bijzonder in de seriematige woningbouw.
Ruim twee maanden later, op 1 september 1973, trad mijn vader bij Knoop en Giezen in dienst.
Zijn sollicitatiebrief heb ik niet teruggevonden en absolute zekerheid is er daarom niet, maar de aansluiting is opvallend. De functie, de gevraagde ervaring, de plaats en vooral de datum passen bijna naadloos bij zijn overstap vanuit Nedam. Het is daarom heel goed mogelijk dat juist deze advertentie het begin vormde van het langste hoofdstuk uit zijn werkzame leven.
Tussen het verschijnen van de advertentie en zijn eerste werkdag lagen ongeveer tien weken: voldoende tijd voor een sollicitatie, gesprekken, een opzegging bij Nedam en de overstap naar zijn nieuwe werkgever.
Knoop en Giezen
Knoop en Giezen was toen allang geen kleine plaatselijke aannemer meer.
Het bedrijf was kort na de Tweede Wereldoorlog ontstaan uit de samenwerking tussen de aannemers Jan Willem Knoop en Anne Giezen. Aanvankelijk opereerden zij vanuit Winsum en bouwden zij onder meer woningen en scholen.
In 1958 werd de onderneming omgezet in N.V. Bouwbedrijf Knoop en Giezen en verhuisde het zwaartepunt naar Groningen. Het hoofdkantoor kwam aan het Damsterdiep 271.
In de jaren van wederopbouw en woningnood groeide het bedrijf sterk. Traditionele bouw maakte steeds meer plaats voor seriematige en industriële woningbouw. Knoop en Giezen ontwikkelde hiervoor zelfs een eigen bouwsysteem.
Daarbij werden dragende wanden en vloeren op de bouwplaats in beton gestort met grote stalen tunnelbekistingen. Nadat het beton voldoende was uitgehard, kon de bekisting worden verwijderd en bij de volgende woning opnieuw worden gebruikt. Bij grote woningbouwprojecten ontstond zo een voortdurend bouwritme.
Het bedrijf beschikte over een omvangrijk eigen materieelpark en kon op grote schaal woningen produceren. In Groningen en de noordelijke provincies verschenen complete woonwijken waaraan Knoop en Giezen had meegebouwd.
Voor een calculator betekende die schaal dat nauwkeurig rekenen belangrijker werd dan ooit. Een klein verschil in de hoeveelheid beton, staal, hout of arbeidsuren stelt bij één woning misschien niet veel voor, maar vermenigvuldigd over honderden woningen kon dezelfde afwijking grote financiële gevolgen hebben.
Dat was de wereld waarin mijn vader in september 1973 terechtkwam.
Binnenkomen terwijl het bedrijf veranderde
Opmerkelijk genoeg solliciteerde hij bij een onderneming die op datzelfde moment bezig was haar zelfstandigheid grotendeels achter zich te laten.
Op 12 februari 1973, enkele maanden vóór de personeelsadvertentie waarop mijn vader mogelijk reageerde, hadden Knoop en Giezen en de Verenigde Bedrijven Wilma B.V. uit Weert bekendgemaakt dat zij wilden samengaan.
Voor Wilma betekende de aansluiting een sterke positie in Noord-Nederland. Knoop en Giezen kreeg op zijn beurt de schaal en financiële mogelijkheden van een veel groter landelijk bouwconcern achter zich.
Mijn vader trad op 1 september dus officieel in dienst bij Knoop en Giezen, maar kwam feitelijk binnen in een organisatie die bezig was onderdeel te worden van een groter geheel.
Voor het personeel gebeurde zo'n verandering natuurlijk niet van de ene op de andere dag. De vertrouwde naam Knoop en Giezen bleef nog jaren bestaan en verscheen ook daarna nog in personeelsadvertenties en bij bouwprojecten.
Geleidelijk kwam daarvoor Wilma Bouw Groningen in de plaats.
Van Knoop en Giezen naar Wilma
Ook onder Wilma bleef de Groningse organisatie actief in de noordelijke bouwwereld. De activiteiten beperkten zich niet langer uitsluitend tot grote series woningen. Ook utiliteitsbouw, renovatie en projectontwikkeling gingen een steeds grotere rol spelen.
Voor mijn vader betekende de verandering van naam niet dat hij telkens opnieuw bij een ander bedrijf begon. De onderneming veranderde, kreeg andere eigenaren en werd onderdeel van grotere concerns, maar zijn werk liep door.
Dat maakt zijn loopbaan op papier ingewikkelder dan hij in werkelijkheid was.
Hij begon in 1973 bij Knoop en Giezen en bleef binnen dezelfde bedrijfslijn werken toen die organisatie Wilma werd.
En daarmee was het verhaal nog niet afgelopen.
Uiteindelijk BAM
In 1998 werden de Nederlandse activiteiten van Wilma verkocht aan NBM-Amstelland. Enkele jaren later kwamen de bouwactiviteiten daarvan terecht bij Koninklijke BAM Groep.
Zo liep er uiteindelijk een lange bedrijfslijn van het naoorlogse Knoop en Giezen in Winsum en Groningen, via Wilma, naar BAM.
Voor mijn vader waren dat geen afzonderlijke carrières. Hij hoefde niet telkens opnieuw te solliciteren en begon niet steeds bij een onbekende werkgever. Namen veranderden boven de ingang en organisaties werden samengevoegd, maar voor hem liep zijn werkzame leven binnen dezelfde noordelijke bouworganisatie grotendeels gewoon door.
Juist daarom krijgt die personeelsadvertentie uit juni 1973 achteraf zoveel betekenis.
Op dat moment werkte hij nog bij Nedam. Daar had hij het calculatievak leren kennen en ervaring opgedaan met tekeningen, bestekken, hoeveelheden en begrotingen. Knoop en Giezen zocht iemand die precies die ervaring kon gebruiken in de seriematige woningbouw.
Misschien zag hij die zaterdag de advertentie in de krant. Misschien schreef hij kort daarna zijn sollicitatiebrief en volgde er een gesprek aan het Damsterdiep.
Wat er precies tussen juni en september 1973 gebeurde, weet ik nog niet.
Wat ik wel weet, is dat hij op 1 september 1973 bij Knoop en Giezen begon.
Een overstap van het ene bouwbedrijf naar het andere die op dat moment misschien niet bijzonder leek, maar uiteindelijk het begin werd van het langste hoofdstuk van zijn werkzame leven.