OOSTERHOOGEBRUG | woonplaats van mijn vader sinds 1956

En daarna kwam opa

En dat is voor mij uiteindelijk het mooiste aan deze hele map.

In 1955 zagen ambtenaren een bouwaanvraag.

De Schoonheidscommissie zag een architectonisch ontwerp.

Benninga zag zijn bouwplan.

De Noord-Nederlandsche Wegenbouw Maatschappij zag een woning die het bedrijf liet bouwen.

Maar voor mijn familie werd het iets heel anders.

Het werd het huis van Jacob Elzo Jan Huizinga en zijn gezin.

Mijn grootvader werkte als hoofduitvoerder voor de maatschappij die de woning liet bouwen. De architect die het huis tekende, J. Benninga uit Loppersum, was via de familie van zijn moeder bovendien aan hem verwant.

Daardoor komen in één bouwdossier verschillende lijnen van mijn familiegeschiedenis bij elkaar:

familie, werk en wonen.

Wat in het voorjaar van 1955 begon met lijnen op de tekentafel van Benninga in Loppersum, ging langs de Schoonheidscommissie, de gemeente-architect en het gemeentebestuur van Noorddijk. Er werden tekeningen bekeken en gewijzigd, voorwaarden gesteld, bedragen genoteerd en handtekeningen gezet.

Daarna verdwenen de papieren uiteindelijk in een archief.

Maar aan de Woldweg stond iets wat niet in het archief verdween.

Een huis.

Het huis waarin mijn opa, oma en hun gezin als eerste bewoners hun intrek namen.

Walter zou waarschijnlijk zeggen:

“All that paperwork just to build Grandpa a house?”

Ja.

Maar ze hebben het wel bewaard.

En zeventig jaar later kan ik daardoor bijna van maand tot maand volgen hoe dat huis ontstond.

“Okay. That's actually pretty cool.”

Precies, Walter. Dat is het.

Architect Benninga uit Loppersum

Voor het ontwerp werd J. Benninga, architect te Loppersum, ingeschakeld.

Op zijn briefpapier staat eenvoudig:

J. BENNINGA — ARCHITECT — LOPPERSUM — TELEF. 25

Telefoonnummer 25.

Geen netnummer. Geen tien cijfers. Geen keuzemenu met toets 1 voor nieuwbouw en toets 2 voor verbouw.

Gewoon: 25.

“Twenty-five?”

Ja.

“What was his neighbor's number, twenty-six?”

Waarschijnlijk moet je voor dat antwoord een ander archief in.

Benninga was bovendien voor mijn grootvader niet zomaar een willekeurige architect. Via de familie van zijn moeder waren mijn grootvader en Benninga aan elkaar verwant.

Dat maakt de keuze voor deze architect op zijn minst interessant. Uit deze stukken blijkt niet waarom juist Benninga de opdracht kreeg, dus daar wil ik geen conclusie aan verbinden.

Maar er komen hier wel twee werelden bij elkaar: familie en werk.

De opdrachtgever was de werkgever van mijn grootvader, de toekomstige bewoner was mijn grootvader en de architect was familie van hem.

Even voorstellen: Walter

Wie mijn eerdere verhalen heeft gelezen, kent hem inmiddels: Walter.

De oude, chagrijnige Amerikaan uit de shows van Jeff Dunham (buikspreker/stand-up comedian) die in mijn verhalen een eigen leven is gaan leiden. Daar heb ik hem voor het gemak tot de reïncarnatie van mijn vader gebombardeerd. Een verklaring die historisch waarschijnlijk nog moeilijker te onderbouwen is dan de rest van mijn familieonderzoek, maar voor die verhalen werkte het uitstekend.

In dit verhaal ligt dat anders.

De geschiedenis van mijn vader in Weidum speelt zich af tegen de achtergrond van de oorlog. Ik probeer hier uit foto's, familiegegevens en historische bronnen zo zorgvuldig mogelijk te reconstrueren hoe zijn wereld er als klein jongetje uit kan hebben gezien. Daar past de grap van Walter als reïncarnatie van pa minder goed bij.

Toch gaat Walter niet helemaal weg.

Af en toe zal hij zich ermee bemoeien. Niet als mijn vader en ook niet als iemand die weet hoe het vroeger werkelijk is geweest, maar als de stem die er nét even anders naar kijkt. De buitenstaander die een vraag stelt wanneer ik misschien iets te gemakkelijk een conclusie trek, die onderscheid maakt tussen wat we weten en wat we alleen aannemelijk vinden — en die zo nu en dan voorkomt dat ik van een paar oude foto's en historische gegevens een werkelijkheid maak die niemand meer kan bevestigen.

Zoals Walter zelf waarschijnlijk zou zeggen:

“So I'm not your father anymore?”

Nee, Walter. Niet hier.

“Good. That was getting weird.”

Hier mag hij gewoon op de achtergrond blijven zitten.

Af en toe een opmerking maken.

En mij eraan herinneren dat het verleden zich wel laat onderzoeken, maar niet opnieuw laat beleven.

De rest laten we aan de bronnen over.


Het huis dat de Wegenbouw liet bouwen

Soms vertelt een huis zijn geschiedenis niet met een gevelsteen of een jaartal boven de deur, maar met een map vol vergeelde papieren.

In dit geval begint het verhaal in 1955.

Aan de Woldweg in Oosterhoogebrug wilde de N.V. Noord Nederlandsche Wegenbouw Maatschappij een woning met garage laten bouwen. De opdrachtgever was dus niet een particuliere huiseigenaar, maar het bedrijf zelf.

En inmiddels weet ik ook voor wie die woning bestemd was.

De eerste bewoner werd mijn grootvader, Jacob Elzo Jan Huizinga, die er met zijn gezin kwam wonen. Hij werkte in die tijd als hoofduitvoerder bij dezelfde wegenbouwmaatschappij.

Daarmee wordt deze bouwaanvraag ineens veel meer dan de administratieve geschiedenis van een huis.

Het is familiegeschiedenis.

“So your grandfather worked for the company, the company built the house and then your grandfather moved in?”

Ja, Walter.

“That's what I call a short commute.”

17 november 1955: toestemming om te bouwen

Op 17 november 1955 namen burgemeester en wethouders van Noorddijk het formele besluit.

De Noord-Nederlandsche Wegenbouw Maatschappij kreeg toestemming voor het bouwen van de woning met garage aan de Woldweg te Oosterhoogebrug.

De bouw moest plaatsvinden overeenkomstig de goedgekeurde en gewaarmerkte tekeningen, waarbij opnieuw de afstand van minimaal 2,50 meter tot de zijperceelscheiding werd vastgelegd.

Onderaan staat de financiële afrekening bijna achteloos vermeld:

Bouwsom: ƒ 22.000
Leges: ƒ 22
Schoonheidscommissie: ƒ 18,33

Walter kijkt nog één keer naar die cijfers.

“Wait. The beauty people cost eighteen guilders and thirty-three cents?”

Ja.

“For that money I'd let them pick the curtains.”

Dat stond niet in hun taakomschrijving.

6 december: de laatste papieren

Op 6 december 1955 werd de beschikking aan de aanvrager uitgereikt.

Diezelfde dag schreef Benninga opnieuw naar het Bureau Gemeentewerken in Ruischerbrug.

Hij stuurde twee foutloze afdrukken van de bestektekening terug. Twee gewijzigde exemplaren waren eerder al verzonden en daarvan wilde hij één door de gemeente getekend exemplaar retour ontvangen.

Daarmee naderde het papieren traject zijn einde.

De handtekeningen stonden er.

De voorwaarden waren bekend.

De tekeningen waren aangepast.

Nu kon papier plaatsmaken voor baksteen.


Het ontwerp lag er al in het voorjaar

De oudste brief in het dossier dateert van 25 mei 1955.

Op dat moment blijkt Benninga zijn ontwerp al informeel te hebben voorgelegd aan de Provinciale Groningse Schoonheidscommissie.

Dat gebeurde nog voordat de officiële bouwaanvraag werd ingediend.

De commissie noemt het een officieuze beoordeling. Men wilde kennelijk in een vroeg stadium weten of het ontwerp architectonisch door de beugel kon en eventuele problemen oplossen voordat de formele procedure begon.

De Schoonheidscommissie schrijft zelf dat zij graag meewerkt om ervoor te zorgen dat bouwplannen tijdig gereed zijn en architectonisch op een zo hoog mogelijk peil staan.

Het huis bestond toen dus alleen nog op papier.

Maar zelfs toen werd er al over het uiterlijk gesproken.

“They hadn't built a wall yet and somebody was already judging it?”

Welkom in Nederland, Walter.

“I like this country.”

22 juli 1955: de officiële aanvraag

Op 22 juli 1955 werd de officiële bouwaanvraag ingediend.

De opdrachtgever staat duidelijk vermeld:

N.V. Noord Nederl. Wegenbouw Mij.

Het ging om het bouwen van een woning met garage aan de Woldweg te Oosterhoogebrug. Bij de aanvraag gingen vier tekeningen en twee ingevulde omschrijvingen mee.

Als ontwerper werd het architectenbureau van Benninga te Loppersum opgegeven.

En dan staat er een bedrag dat tegenwoordig bijna onwerkelijk aandoet:

Bouwsom: ƒ 22.000.

“Twenty-two thousand guilders for a house and a garage?”

1955, Walter.

“I'll take two.”

Je bent zeventig jaar te laat.

De architect schrijft zelf naar Noorddijk

Een dag na de aanvraag, op 23 juli 1955, stuurde Benninga een brief aan het gemeentebestuur van Noorddijk.

Hij schreef dat hij een bouwaanvraag met vier tekeningen toezond voor het plan van de Noord-Nederlandsche Wegenbouw Maatschappij, met als bouwplaats Oosterhoogebrug.

Het ontwerp was volgens hem al besproken met zowel de gemeente-architect als de Schoonheidscommissie.

Ook vermeldde hij:

"De uitvoering geschiedt zonder subsidie."

Maar vervolgens komt een veel interessantere zin.

Benninga schreef dat hij hoopte:

"dat de gevelbebouwing van de garage op de erfscheiding geen moeilijkheden zal opleveren."

Wanneer iemand in een officiële brief uit zichzelf schrijft dat hij hoopt dat iets geen moeilijkheden zal opleveren, kun je er bijna op wachten.

Het leverde moeilijkheden op.


De garage moest anders

De gemeente-architect beoordeelde het plan en adviseerde uiteindelijk de vergunning te verlenen, maar niet helemaal zoals Benninga het oorspronkelijk voor ogen had.

Er werd een duidelijke voorwaarde gesteld:

de afstand tot de zijperceelscheiding moest ten minste 2,50 meter bedragen.

Benninga had dus reden gehad om dat punt alvast in zijn brief te noemen.

“So he knew.”

Hij vermoedde iets.

“He knew.”

Goed, Walter.

De garage tegen of vlak bij de erfscheiding was in ieder geval een aandachtspunt en de gemeente stelde uiteindelijk de grens van 2,50 meter.

Dat is belangrijk wanneer je oude tekeningen vergelijkt met de woning zoals die uiteindelijk werd gebouwd. Een vroege versie van het ontwerp hoeft niet noodzakelijk exact overeen te komen met de definitieve uitvoering.

En toen kwam de Schoonheidscommissie nog een keer

Op 24 november 1955 kwam het formele oordeel van de Provinciale Groningse Schoonheidscommissie.

Er waren geen bezwaren die de bouwvergunning in de weg stonden.

Mooi.

Bouwen dan?

Niet helemaal.

De commissie vond dat een ontwerp als dit een zorgvuldige detaillering nodig had. Werktekeningen, bijvoorbeeld van geveldetails, moesten daarom vóór uitvoering opnieuw worden voorgelegd.

En onderaan staat voor mijn reconstructie van het huis een bijzonder interessante opmerking:

"Ook de materiaal en kleurstaat welke nog niet is opgegeven."

Ook de materialen en kleuren moesten dus nog nader worden bekeken.

“Let me understand this. The house is approved?”

Ja.

“But they still want the drawings?”

Ja.

“And the details?”

Ja.

“And the colors?”

Ook.

“So it's approved except for the parts they haven't approved.”

Zo kun je het formuleren.

“Government.”

Een kijkje in de techniek van 1955

Tussen al die brieven en handtekeningen zit ook de technische omschrijving.

En juist daarin wordt het huis opeens tastbaar.

Regenwater werd via goten en buizen afgevoerd. Voor de riolering werden onder andere gresbuizen gebruikt en de rioolputten werden van beton gemaakt. Ook de afvoer richting het Damsterdiep wordt in de stukken genoemd.

De woning kreeg houten goten.

Ventileren gebeurde onder andere met draai- en uitzetramen.

Ook de schoorsteen werd nauwkeurig beschreven. Het rookkanaal kreeg een binnendoorsnede van ongeveer 22 bij 22 centimeter en bovenop kwam een betonnen schoorsteenplaat.

Het zijn kleine technische gegevens.

Maar wanneer je het huis alleen kent zoals het later was, zijn juist dit de details waarmee je langzaam terug kunt naar 1955.

Naar het moment waarop er nog niets stond.

Eerst een tekening.

Dan een maat.

Een muur.

Een kozijn.

Een schoorsteen.

En uiteindelijk een huis.

Privacy

Ik probeer zorgvuldig om te gaan met informatie over anderen. Mocht op deze pagina toch informatie staan die naar uw mening niet openbaar hoort te zijn, neem dan contact met mij op. Ik zal dit beoordelen en waar nodig aanpassen of verwijderen.

Over de afbeeldingen op deze pagina

Op deze pagina zijn bij enkele afbeeldingen AI-technieken gebruikt om historische situaties, locaties of gebeurtenissen visueel inzichtelijk te maken. Deze beelden zijn bedoeld als illustratie of reconstructie bij het verhaal.

Ze geven zo zorgvuldig mogelijk een indruk van hoe een situatie eruit kan hebben gezien, maar moeten niet worden beschouwd als authentieke historische foto’s of als een exacte weergave van de werkelijkheid.

Niet bij iedere afbeelding wordt afzonderlijk vermeld of AI is gebruikt. Met deze algemene toelichting wil ik daarover vooraf duidelijk en transparant zijn.