WEIDUM | woonplaats van mijn vader in WO II
Waar ligt Weidum eigenlijk?
Voor wie nog nooit in Weidum is geweest, is het handig om eerst even te bepalen waar we eigenlijk zijn.
Weidum ligt in Friesland, ten zuidwesten van Leeuwarden, midden in het open Friese klei- en weidelandschap. Vanaf het centrum van Leeuwarden is het ongeveer tien kilometer naar het dorp. Weidum ligt grofweg tussen Leeuwarden en Mantgum; iets ten noorden ligt Bears, het dorp dat later in het verhaal over het onderwijs nog een belangrijke rol krijgt.
Historisch lag Weidum in Baarderadeel, een overwegend agrarische gemeente in het hart van de Friese greidhoek. Tegenwoordig behoort het dorp tot de gemeente Leeuwarden.
Het landschap vertelt eigenlijk al een deel van het verhaal. Weidum ligt aan de Hegedyk, de oude zeedijk van de voormalige Middelzee. De oude dorpskern bevindt zich aan de westkant van die dijk. Het dorp ontstond op een terp, waarvan later een groot gedeelte is afgegraven. Door het dorpsgebied loopt de Weidumervaart en aan de oostkant stroomt de Zwette.
Wie Weidum op de kaart zoekt, moet dus niet denken aan de Friese meren of de bossen van Gaasterland. Dit is het open land onder Leeuwarden: terpdorpen, oude dijken, vaarten, boerderijen en vooral veel grasland. In de jaren waarin mijn vader hier woonde, maakte Weidum deel uit van een streek waarin veehouderij een belangrijke bestaansbron was.
Midden in dat dorp stond — en staat — de oude Johanneskerk. De kerk en haar toren vormden al eeuwen een herkenningspunt in het landschap. Daaromheen lagen de straten, huizen en het kaatsveld van Weidum.
Daar moeten we het verhaal van mijn vader plaatsen.
Niet ergens vaag in Friesland, maar in een klein dorp ten zuidwesten van Leeuwarden, aan de voormalige Middelzee, tussen de weilanden en op korte afstand van Bears.
Daar, aan het Schildijkje, woonde het gezin Huizinga gedurende een deel van de oorlogsjaren.
En daar bracht mijn vader een deel van zijn eerste levensjaren door.
Schildijkje
Via dorpsbelang It Nut kwam ik in het bezit van vier oude zwart-witfoto's van het Schildijkje in Weidum. Beelden uit vroeger tijden. Geen spectaculaire gebeurtenissen, geen optochten en geen historische hoogwaardigheidsbekleders die toevallig door het beeld wandelen.
Gewoon Weidum.
En juist daarom zijn ze zo mooi.
Je kijkt naar huizen, een weg, gras en naar een dorp dat er nog altijd ligt, maar er tegelijkertijd heel anders uitziet.
De foto's zelf hadden inmiddels ook duidelijk een leven achter de rug. Daarom besloot ik ze met behulp van AI eerst wat op te knappen. Niet om er iets nieuws van te maken, maar om beschadigingen te verminderen en details die in de loop der jaren wat waren vervaagd weer beter zichtbaar te maken.
Walter keek mee.
“So now you're restoring Friesland?”
‘Vier foto's, Walter.’
“That's how it starts.”
Na het opknappen kwam ik op het onvermijdelijke idee om ze ook eens te laten inkleuren.
En daar begeef je je natuurlijk op glad ijs.
Want AI mag tegenwoordig veel kunnen, maar zelfs AI weet niet welke kleur een voordeur tachtig of negentig jaar geleden precies had. Of welke tint rood de stenen hadden. En of het op de dag dat de fotograaf langskwam prachtig weer was of dat er boven Weidum een loodgrijze Friese lucht hing.
Dus voor de goede orde: de ingekleurde foto's zijn geen historisch verantwoorde reconstructies.
Of iedere steen precies de juiste tint heeft, de dakpannen werkelijk zo zwart waren en het gras zo frisgroen stond, valt onmogelijk te zeggen.
En die blauwe lucht?
We hebben het nog altijd over Fryslân.
“Finally, something historically inaccurate.”
Toch vind ik het resultaat verrassend mooi.
De meeste huizen hebben weer hun rode baksteen gekregen. De daken zijn donker, het gras is groen en boven het Schildijkje hangt een blauwe lucht. Misschien niet tot op de laatste dakpan historisch verantwoord, maar bij elkaar geeft het wel aardig de sfeer weer van hoe het daar ooit geweest zou kunnen zijn.
En er gebeurt iets bijzonders met zo'n oude foto zodra er kleur verschijnt.
Zwart-wit schept afstand. Je kijkt naar vroeger.
Met kleur lijkt die afstand ineens een stukje kleiner te worden. De huizen behoren nog steeds tot een andere tijd, maar het straatbeeld wordt herkenbaarder. Een stukje Weidum dat vele jaren geleden werd vastgelegd, schuift voor even wat dichter naar het heden.
Dat vind ik misschien nog wel het mooiste aan deze vier foto's.
Ze vertellen geen groot verhaal.
Ze laten gewoon het Schildijkje zien.
Zoals het ooit was.
Of in ieder geval ongeveer.
Walter bekeek de vier ingekleurde foto's nog één keer.
“Red houses, black roofs, green grass, blue sky.”
‘Precies.’
“Congratulations. You invented Friesland.”
Soms moet je hem gewoon het laatste woord gunnen.
Even voorstellen: Walter
Wie mijn eerdere verhalen heeft gelezen, kent hem inmiddels: Walter.
De oude, chagrijnige Amerikaan uit de shows van Jeff Dunham (buikspreker/stand-up comedian) die in mijn verhalen een eigen leven is gaan leiden. Daar heb ik hem voor het gemak tot de reïncarnatie van mijn vader gebombardeerd. Een verklaring die historisch waarschijnlijk nog moeilijker te onderbouwen is dan de rest van mijn familieonderzoek, maar voor die verhalen werkte het uitstekend.
In dit verhaal ligt dat anders.
De geschiedenis van mijn vader in Weidum speelt zich af tegen de achtergrond van de oorlog. Ik probeer hier uit foto's, familiegegevens en historische bronnen zo zorgvuldig mogelijk te reconstrueren hoe zijn wereld er als klein jongetje uit kan hebben gezien. Daar past de grap van Walter als reïncarnatie van pa minder goed bij.
Toch gaat Walter niet helemaal weg.
Af en toe zal hij zich ermee bemoeien. Niet als mijn vader en ook niet als iemand die weet hoe het vroeger werkelijk is geweest, maar als de stem die er nét even anders naar kijkt. De buitenstaander die een vraag stelt wanneer ik misschien iets te gemakkelijk een conclusie trek, die onderscheid maakt tussen wat we weten en wat we alleen aannemelijk vinden — en die zo nu en dan voorkomt dat ik van een paar oude foto's en historische gegevens een werkelijkheid maak die niemand meer kan bevestigen.
Zoals Walter zelf waarschijnlijk zou zeggen:
“So I'm not your father anymore?”
Nee, Walter. Niet hier.
“Good. That was getting weird.”
Hier mag hij gewoon op de achtergrond blijven zitten.
Af en toe een opmerking maken.
En mij eraan herinneren dat het verleden zich wel laat onderzoeken, maar niet opnieuw laat beleven.
De rest laten we aan de bronnen over.
It Weidumer Folksliet
Tusken âld en tusken Nijlân
Bij lans de hege dyk
Der leit ús doarpke Weidum
Wij fiele ús der ryk
refrein
En wy wolle derom sjonge
Sa dat in elts it wit
Wer fyne jo sa'n doarpke
Dêr 't ek sa'n pit yn sit
refrein
We neame mar it keatsen
It korps forjit dat net
En dan ús Weidumer Merke
Ja better kin 't net
refrein
Gjin rangen en gjin standen
Mar altyd mei elkoar
Yn sa'n doarpke to wenjen
Dan hat men al wat foar
refrein
Refrein
(wize dan komt de maltiid)
Kom bij ús in Weidum,
Dêr is plak foar eltsenien
Set hjir hwat huzen
Der binne dochs wol stien
Elts dy 't hjir wennet
Dy hat it wol nei 't sin
Dus begjin to bouwen } bis
En leafst sa gau as't kin } bis
Het Weidumer Folksliet
Weidum heeft zijn eigen dorpslied: het Weidumer Folksliet.
Geen plechtig volkslied vol grootse woorden, maar een lied dat juist heel dichtbij het dorp zelf blijft. Het gaat over wat Weidum herkenbaar maakt: het kaatsen, het korps, de Weidumer Merke en vooral het gevoel van saamhorigheid.
Opvallend is ook het refrein. Daar wordt niet alleen bezongen hoe prettig het wonen in Weidum is, maar klinkt zelfs een oproep om nieuwe huizen te bouwen en nieuwe inwoners welkom te heten. Dat geeft het lied iets heel eigens: het is niet alleen trots op wat er is, maar kijkt ook vooruit.
Het refrein wordt gezongen op de melodie van ‘Dan komt de maaltijd’. Ook Harmonie Weidum gebruikt de naam It Weidumer Folksliet en verwijst naar het couplet over het kaatsen, het korps en de Merke. Daarmee is in elk geval duidelijk dat het lied echt deel uitmaakt van het dorpsleven.
Wie het lied precies heeft geschreven, wanneer het ontstond en bij welke gelegenheid het voor het eerst werd gezongen, heb ik nog niet met zekerheid kunnen achterhalen. De tekst doet wel sterk vermoeden dat het om een twintigste-eeuws dorpslied gaat, mogelijk ontstaan in een periode waarin groei, woningbouw en het verenigingsleven belangrijke thema's waren.
Dat laatste blijft voorlopig een voorzichtige conclusie.
Wat wel vaststaat: het Weidumer Folksliet is vooral een lied van het dorp zelf.
Niet over verre heldendaden.
Maar over Weidum.
Over samen wonen.
Over samen vieren.
En natuurlijk over kaatsen.
Bronnen
Harmonie Weidum, bericht over It Weidumer Folksliet en de melodie ‘Dan komt de maaltijd’.
Van Schildijk naar Skildyk
Op 14 juni 1960 meldde de Franeker Courant dat Weidum officieel Friese straatnamen kreeg.
De voormalige Hogeweg werd Hegedyk, de weg naar het Weidumerhout Dekamawei, het Zandpad werd Sânpaed en de Schildijk werd Skildyk. Ook de dorpskom kreeg Friese namen: Greate Buorren aan de zuidkant en Lytse Buorren aan de noordkant.
Voor mijn familiegeschiedenis is vooral die ene naamswijziging aardig.
Toen mijn vader tijdens de oorlogsjaren in Weidum woonde, heette de straat officieel nog Schildijk. Pas in 1960 werd dat Skildyk.
Dat betekent dus dat ik, als ik zijn jeugd zo precies mogelijk wil beschrijven, eigenlijk moet spreken over het huis aan de Schildijk.
De huidige naam hoort bij het dorp van later.
Walter zou het waarschijnlijk simpel houden:
“Same road. Different sign.”
Daar komt het inderdaad op neer.
Het huis stond er al.
De weg lag er al.
Alleen de naam veranderde.
En juist zulke kleine details maken duidelijk hoe een dorp langzaam verandert, zonder dat de plek zelf verdwijnt.
Bron
Franeker Courant, 14 juni 1960, “Uit de raad van Baarderadeel: Weidum kreeg zijn Friese straatnamen”. Hierin wordt de invoering genoemd van onder meer Hegedyk, Dekamawei, Sânpaed, Skildyk, Greate Buorren en Lytse Buorren.
Hoe kwam mijn vader in Weidum terecht?
Mijn vader was geen Fries.
Hij werd op 18 augustus 1939 geboren in Raalte, Overijssel. Niet omdat de familie daar haar wortels had, maar omdat mijn grootvader daar op dat moment voor zijn werk verbleef.
Mijn grootvader, Jacob Elzo Jan Huizinga, geboren in 1898, werkte als uitvoerder en later hoofduitvoerder bij de Noordnederlandsche Wegenbouw Maatschappij uit Harlingen. Via zijn moeder bestond bovendien een familieband met een van de medeoprichters van het bedrijf.
Het werk bepaalde in belangrijke mate waar het gezin terechtkwam.
En zo werd mijn vader geboren in Raalte.
Precies veertien dagen later, op 1 september 1939, viel Duitsland Polen binnen en begon de Tweede Wereldoorlog in Europa. Nederland bleef aanvankelijk buiten de strijd, maar in mei 1940 werd ook ons land binnengevallen en bezet door Duitse troepen.
Mijn vader was toen nog geen negen maanden oud.
Van de wereldpolitiek zal hij weinig hebben begrepen.
Walter zou het waarschijnlijk eenvoudiger samenvatten:
“Probably busy learning how to walk.”
Waarschijnlijk wel.
Toch zou die oorlog vrijwel zijn gehele allervroegste jeugd beslaan.
Bronnen
Historisch Centrum Leeuwarden — Weidum, onderdeel Leeuwarder Dorpen. Voor de historische ontwikkeling en ruimtelijke structuur van Weidum, waaronder het terpdorp, Hegedyk, Weidumervaart, het kaatsveld, de bebouwing, Johanneskerk, zuivelfabriek De Takomst en de naoorlogse uitbreiding. De HCL-pagina baseert een belangrijk deel van deze dorpsbeschrijving op Peter Karstkarels 419x Friesland, Van Slijkenburg tot Moddergat.
Meike Jongejan — Bestemming Friesland, onderzoek in opdracht van het Fries Verzetsmuseum. Gebruikt voor de achtergrond over evacués en vluchtelingen in Friesland tijdens de Tweede Wereldoorlog, de relatief gunstige voedselpositie en veiligheid van Friesland, de opvang in Baarderadeel, de rol van Café Samplonius in Weidum en de grote toestroom van evacués in de laatste oorlogsfase.
Noordnederlandsche Wegenbouw Maatschappij — historische bedrijfsbeschrijving. Gebruikt voor de geciteerde passage over 1943 en 1944, het niet aannemen van nieuwe werken die het belang van de bezetter dienden, het stilvallen van het bedrijf tot de bevrijding in mei 1945 en het zoveel mogelijk in stand houden van het personeel. Noord Nederlandse Wegenbouw (Noord Nederlandsche Wegenbouw Maatschappij) 1930-1995. 65-jarig bestaan: Geschiedenis - Historie - Toekomst, Ab van Drooge.
AlleCijfers.nl — Statistieken buurt Weidum (gemeente Leeuwarden). Deze bron bevat actuele demografische en woninggegevens over Weidum. Ik heb deze bewust niet inhoudelijk in het historische verhaal verwerkt, omdat de huidige cijfers niets bewijzen over de situatie in 1939–1945. Je kunt hem eventueel apart gebruiken wanneer je later het Weidum van toen met het dorp van nu wilt vergelijken.
Van Raalte naar Weidum
Op 26 oktober 1940 verhuisde het gezin van Raalte naar Weidum. In de administratie staat als adres Zandpad 76 vermeld.
Inmiddels is duidelijk geworden dat dit geen ander adres was dan het huis dat later bekend werd als Skildyk 4. Uit de archiefgegevens over de huisnummering blijkt voor hetzelfde pand de volgende reeks:
tot 1929: Zandpad 72
vanaf 1930: Zandpad 76
vanaf 1949: nummer 87
later: Skildyk 4
Het gaat dus niet om verschillende woningen, maar om hetzelfde huis onder verschillende adres- en nummeraanduidingen.
Daarmee valt een belangrijk stukje van de puzzel op zijn plaats. Toen mijn grootvader met zijn gezin in oktober 1940 naar Weidum verhuisde, kwam hij terecht aan Zandpad 76. Dat is het huis dat mijn vader later zelf heeft aangewezen als zijn ouderlijk huis aan Skildyk 4.
Ook wordt steeds duidelijker waarom mijn grootvader juist in Weidum terechtkwam. Het Nieuwsblad van Friesland van 20 november 1940 meldt dat B & W goedkeuring hadden gegeven aan de gunning van de verbetering van de weg Weidum–Jellum aan de Noordnederlandsche Wegenbouw Maatschappij.
Het Weidum waarin hij terechtkwam
Dankzij de beschrijving van Weidum door het Historisch Centrum Leeuwarden kan ik me inmiddels wel een betere voorstelling maken van het dorp waarin mijn vader als klein jongetje woonde.
Weidum is een oud terpdorp. Het lag oorspronkelijk terzijde van de Hegedyk en was via de Weidumervaart en de Jaanvaart over het water met de omgeving verbonden.
Het dorp had bovendien een zekere deftigheid behouden. Het was tot 1900 hoofdplaats geweest van eerst de grietenij en later de gemeente. Twee oude paden richting de Hegedyk waren in de loop der tijd bebouwd geraakt tot straten. Tussen de bebouwing bleef opvallend veel open ruimte bestaan. Ook het weidse kaatsveld vormde toen al een herkenbaar onderdeel van het dorp. Er stonden brede woningen van het zogenoemde notabele type, maar daarnaast ook eenvoudige huizen.
Dat is een aardige gedachte wanneer ik nu door Weidum loop.
Het kaatsveld dat ik tegenwoordig met heel andere ogen bekijk, hoorde ook bij het dorp waarin mijn vader opgroeide.
En de oude kerk natuurlijk.
De Johanneskerk wordt tot de fraaiste kerken van Friesland gerekend en de tufstenen toren dateert vermoedelijk al van omstreeks 1100.
Die toren stond er dus al eeuwen toen mijn vader als klein jongetje door het dorp liep.
En hij staat er nog.
Sommige dingen blijken aanzienlijk honkvaster dan de familie Huizinga.
Een dorp tussen de boeren
Weidum lag midden in een agrarisch gebied. Dat blijkt niet alleen uit het landschap. Ten noorden van het dorp, bij de Wielstersyl, was al in 1893 de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek De Takomst opgericht.
Dat maakt het beeld van het Weidum uit de oorlogsjaren wat concreter.
Boerderijen, vee, melk, landbouwgrond, water en een zuivelfabriek waren geen romantische achtergrond die ik er tachtig jaar later bij bedenk. Ze behoorden daadwerkelijk tot de omgeving waarin mijn vader zijn eerste jaren doorbracht.
Bovendien woonde hij in een Weidum dat er anders uitzag dan het dorp van nu.
De uitbreiding aan de noordzijde bij de Weidumervaart, met vooral volkswoningbouw, vond pas na de oorlog plaats. Nog later volgde nieuwbouw in het zuidwestelijke deel richting Hegedyk.
Mijn vader kende dus nog het oudere Weidum.
Een kleiner en opener dorp.
Dat past ook bij de oude foto's van het Schildijkje die ik inmiddels heb kunnen laten herstellen en inkleuren. Op die beelden zie ik geen museumdorp en ook geen decor.
Ik zie de omgeving waarin hij werkelijk heeft geleefd.
De oorlog en het werk van mijn grootvader
Ondertussen veranderde de oorlog ook het werk van mijn grootvader.
Uit de geschiedschrijving van de Noordnederlandsche Wegenbouw Maatschappij blijkt dat er tijdens de eerste oorlogsjaren nog werkzaamheden werden uitgevoerd. Maar naarmate de bezetting voortduurde, veranderde dat.
Over 1943 en 1944 staat geschreven:
“Over de jaren 1943 en 1944 kunnen wij kort zijn, de onderhanden zijnde werken zijn voltooid en verder zijn er geen nieuwe werken aangenomen. Door de bezetter werden alleen werken uitgevoerd, die voor haar van belang waren. Volgens ons besluit wensten wij ons daar echter niet mee in te laten. Het gevolg was dan ook dat het gehele bedrijf tot de bevrijding in Mei ’45 kwam stil te liggen. Ons personeel hebben wij zoveel als ze zelf wilden in tact gehouden, waardoor grote kosten veroorzaakt zijn.”
Dat vind ik een belangrijke passage.
Het bedrijf voltooide kennelijk nog onderhanden werk, maar wilde geen nieuwe opdrachten aannemen die het belang van de Duitse bezetter dienden. Uiteindelijk kwam het bedrijf daardoor tot de bevrijding stil te liggen.
Het personeel werd ondertussen zoveel mogelijk in stand gehouden, wat volgens de eigen geschiedschrijving grote kosten veroorzaakte.
Wat dat concreet voor mijn grootvader in Weidum betekende, weet ik niet.
Had hij daar aanvankelijk nog een werk onder handen? Was dat werk op een bepaald moment klaar? Bleef hij vervolgens zonder regulier werk in dienst?
Dat kan ik uit de beschikbare informatie niet opmaken.
Maar terwijl het werk van zijn vader steeds onzekerder werd, groeide mijn vader gewoon verder op.
Misschien zat hij daar nog niet zo slecht
Een oorlog blijft een oorlog.
Toch blijkt uit het onderzoek Bestemming Friesland van historica Meike Jongejan, uitgevoerd in opdracht van het Fries Verzetsmuseum, dat Friesland tijdens de bezetting in vergelijking met andere delen van Nederland een bijzondere positie innam.
Friesland was betrekkelijk veilig, er waren relatief weinig gevechten en er was meer voedsel beschikbaar. Dat betekende niet dat de provincie buiten de oorlog stond. Ook hier vielen slachtoffers door bombardementen, beschietingen en andere oorlogshandelingen. Maar juist de relatief gunstige omstandigheden maakten Friesland geschikt voor de opvang van mensen uit andere delen van Nederland.
Vooral naarmate de oorlog voortduurde, werd dat belangrijk.
Kinderen uit steden werden naar het platteland gestuurd om aan te sterken. Daar was de kans groter dat voedsel beschikbaar was. Tegen het einde van de oorlog, toen vooral in het westen van Nederland de voedselnood dramatisch werd, werd het verschil nog groter.
En dan kijk ik ineens anders naar dat huis aan het Schildijkje.
Mijn vader was geen evacué.
Hij was ook geen kind dat vanuit de hongerige Randstad naar een Friese boerderij werd gestuurd.
Hij woonde er al.
Niet in overvloed en zeker niet buiten de oorlog, maar wel in een agrarische omgeving waar voedsel letterlijk om hem heen werd geproduceerd.
Misschien was Weidum, als je dan toch als klein kind de oorlog moest doormaken, nog niet de slechtste plek om terecht te komen.
De oorlog kwam ook naar Weidum
Dat betekent nadrukkelijk niet dat Weidum van de oorlog was afgesloten.
Integendeel.
Uit Bestemming Friesland kwam voor mij een bijzonder detail naar voren dat het verhaal ineens heel dichtbij brengt.
In november 1942 werden evacués vanuit Leeuwarden per autobus over de dorpen van de toenmalige gemeente Baarderadeel verdeeld.
Een van de tussenstations was Café Samplonius in Weidum.
Daar kregen de evacués eten en drinken. Hun bagage werd met wagens verder vervoerd en op de verzamelplaats moest medische hulp beschikbaar zijn voor eventuele keuringen. Van daaruit werden de mensen verder over de omgeving verspreid.
Mijn vader was drie jaar oud.
Dat vind ik een vreemd idee.
Terwijl hij ergens aan het Schildijkje zijn kleine kinderwereld had, kwamen elders in hetzelfde dorp mensen aan die door de oorlog hun eigen woonplaats hadden moeten verlaten.
Een autobus stopte.
Mensen stapten uit.
Bagage werd overgeladen.
Er werd gegeten en gedronken.
Paard en wagen zullen in zo'n dorp geen bijzonder verschijnsel zijn geweest, maar deze keer vervoerden ze de bezittingen van mensen die noodgedwongen ergens anders moesten gaan wonen.
Heeft mijn vader daar iets van gezien?
Misschien.
Maar misschien ook helemaal niet.
Ik zie Walter alweer kijken.
“Facts, Rob.”
Precies.
Dat mijn vader in Weidum woonde, weet ik.
Dat evacués in Weidum werden opgevangen, weten we inmiddels ook.
Dat die twee werelden elkaar daadwerkelijk hebben gekruist, weet ik niet.
Ruimte maken voor anderen
Voor de inwoners van Baarderadeel bleef de komst van evacués niet zonder gevolgen.
Er moest woonruimte worden gevonden en de gemeente bracht de mogelijkheden voor inkwartiering in kaart. Uit het onderzoek blijkt dat daar ook bezwaren en klachten tegen bestonden en dat uiteindelijk huis aan huis moest worden bekeken welke ruimte daadwerkelijk beschikbaar was.
Dat maakt het beeld van het rustige Friese dorp een stuk minder eenvoudig.
Aan de ene kant waren er de voordelen van het platteland: ruimte, landbouw en een relatief gunstige voedselpositie.
Aan de andere kant kwamen er steeds meer mensen bij die zelf nauwelijks iets hadden kunnen meenemen. Woningen moesten worden gedeeld, voedsel en brandstof waren niet onbeperkt beschikbaar en de bezetting drukte ook hier steeds zwaarder op het dagelijks leven.
Toch verliep het samenleven tussen Friezen en evacués volgens Bestemming Friesland in veel gevallen goed. Er ontstonden contacten en vriendschappen en soms zelfs relaties die de oorlog overleefden.
Tegen het einde van de oorlog werd de schaal bovendien veel groter. Naar schatting kwamen eind 1944 en begin 1945 60.000 tot 80.000 evacués naar Friesland.
De oorlog die misschien lange tijd op enige afstand leek te staan, kwam daarmee steeds nadrukkelijker het Friese dagelijks leven binnen.
Een klein jongetje in Weidum
En mijn vader?
Die werd ouder.
In 1940 was hij een baby.
In 1942 was hij drie.
In de laatste oorlogswinter was hij vijf.
Dat laatste is voor mij belangrijk.
Het is gemakkelijk om over zijn eerste vijf levensjaren te schrijven alsof hij die hele periode als een peuter heeft beleefd. Maar tegen het einde van de oorlog was hij oud genoeg om dingen bewust te kunnen waarnemen en misschien ook te onthouden.
Wat hij daadwerkelijk heeft gezien of onthouden, weet ik niet meer.
Misschien werd er thuis over de oorlog gesproken.
Misschien zag hij dingen die voor volwassenen een heel andere betekenis hadden dan voor een kind.
Misschien bestond zijn wereld vooral uit zijn vader, zijn moeder, zijn zus, het huis, het Schildijkje, het kaatsveld en de weilanden daaromheen.
Ik kan het hem niet meer vragen.
En dus laat ik het daarbij.
Het Schildijkje
Daardoor betekenen die paar oude foto's van het Schildijkje inmiddels meer voor mij dan toen ik ze voor het eerst zag.
Eerst waren het gewoon oude zwart-witbeelden van Weidum.
Interessant, zeker.
Maar afstandelijk.
Ik heb ze met moderne techniek laten herstellen en vervolgens laten inkleuren. Rode bakstenen, donkere daken, groen gras en een blauwe lucht.
Of die kleuren historisch allemaal precies kloppen?
Geen idee.
Walter had daar eerder al een oordeel over.
“Finally, something historically inaccurate.”
Vooruit, die krijgt hij.
Want de kleur van een voordeur kan verkeerd zijn. Een gevel kan in werkelijkheid donkerder zijn geweest. Misschien was de lucht op de dag waarop de oorspronkelijke fotograaf afdrukte helemaal niet blauw.
Dat is niet het belangrijkste.
Door wat ik inmiddels over Weidum heb gevonden, zie ik op die foto's iets anders.
Ik zie een dorp dat nog niet naoorlogs was uitgebreid.
Ik weet dat er een oude kerk stond die het dorp al eeuwen had zien veranderen.
Ik weet dat er een zuivelfabriek was en dat landbouw en veeteelt overal rondom het dorp aanwezig waren.
Ik weet dat het Friese platteland tijdens de oorlog betrekkelijk gunstige omstandigheden bood, maar tegelijkertijd steeds meer mensen moest opvangen die elders hun huis hadden verloren.
Ik weet dat in 1942 evacués via Weidum werden verspreid.
Ik weet dat het bedrijf waarvoor mijn grootvader werkte uiteindelijk geen nieuwe werkzaamheden voor de bezetter wilde aannemen en daardoor stil kwam te liggen.
En het belangrijkste:
ik weet dat mijn vader daar was.
Voor hem was dat huis aan het Schildijkje geen historische locatie.
De oude kerk was geen monument waarover hij een bronvermelding nodig had.
Het kaatsveld was geen stukje Friese cultuurgeschiedenis.
En Weidum was niet Weidum tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het was gewoon de plek waar hij woonde.
Waar hij speelde.
Waar hij van baby peuter werd, van peuter kleuter.
Terwijl een paar honderd kilometer verderop geschiedenis werd geschreven en die geschiedenis uiteindelijk zelfs met bussen, koffers en evacués zijn eigen dorp binnenkwam.
Ruim tachtig jaar later probeer ik die wereld weer een beetje zichtbaar te maken.
Niet door de ontbrekende stukken zelf in te kleuren.
Alleen de foto's.
De rest laat ik zoveel mogelijk zoals het was.
Voor zover we dat nog kunnen achterhalen.
En ergens op dat oude Schildijkje loopt in mijn gedachten een klein jongetje.
Voor die paar Weidumer kinderjaren noem ik hem in gedachten Kleine Japie.
Hij weet niets van de vragen die ik zoveel jaren later over die tijd zal stellen.
Voor hem is Weidum gewoon de plek waar hij woont.
Voor mij is het een stukje van de geschiedenis van mijn vader dat ik nu, stukje bij beetje, probeer terug te vinden.
De weg naar school
Mijn vader bracht zijn eerste levensjaren door in Weidum. Zijn oudere zus Foske woonde daar natuurlijk ook.
Tot voor kort dacht ik bij hun jeugd vooral aan het huis aan het Schildijkje, het dorp, de oorlog en het werk van hun vader bij de Noordnederlandsche Wegenbouw Maatschappij.
Maar bij een kinderleven hoort nog iets.
School.
En juist daar blijkt Weidum een verrassend verhaal te hebben.
Want toen Foske de leeftijd kreeg om naar de lagere school te gaan, was er in Weidum helemaal geen lagere school meer.
Ze moest ervoor naar Bears.
En misschien heeft mijn vader later precies dezelfde weg afgelegd.
Weidum verliest zijn school
Weidum had eeuwenlang eigen onderwijs. Maar in de jaren dertig kwam daar een einde aan.
In februari 1934 besloten Gedeputeerde Staten de school in Weidum op te heffen. De gemeenteraad ging niet tegen dat besluit in beroep, maar een aantal ouders legde zich er niet zomaar bij neer. Zij tekenden wél beroep aan.
Het mocht niet baten. Bij Koninklijk Besluit van 13 juni 1934 werd hun beroep ongegrond verklaard en op 1 oktober 1934 sloot de school in Weidum definitief haar deuren.
Dat vind ik een aardig detail.
Een school sluiten klinkt achteraf als een administratief besluit: te weinig leerlingen, scholen samenvoegen, klaar.
Maar voor de mensen die er woonden lag dat anders.
Ouders uit Weidum vochten voor het behoud van hun dorpsschool en gingen daarmee uiteindelijk tot het hoogste niveau.
Ze verloren.
Vanaf 1934 moesten de Weidumer kinderen voor hun lagere onderwijs naar het nabijgelegen Bears, op ongeveer anderhalve kilometer afstand.
Naar Bears
Bears had zelf een lange onderwijsgeschiedenis.
De oudste school stond op de hoek van het Tsjerkepaad. In 1812 werd aan Bearsterdyk 32 in opdracht van de kerkvoogdij een school gebouwd. Die locatie kennen we tegenwoordig als dorpshuis d'Ald Skoalle — letterlijk de oude school.
Maar daar moeten we opletten.
Dat is niet het schoolgebouw waar de kinderen uit Weidum vanaf 1934 naartoe gingen.
In de negentiende eeuw hadden Bears en Jellum ieder nog hun eigen lagere school. Dat veranderde aan het begin van de twintigste eeuw. In 1904 werd aan Bearsterdyk 3 een nieuwe tweeklassige school gebouwd voor beide dorpen. De locatie was bewust gekozen: ongeveer halverwege, vlak bij de Hegedyk.
En toen kwam 1934.
De school in Weidum ging dicht en ineens moesten ook de Weidumer kinderen in Bears worden opgevangen.
Daarvoor was de bestaande school te klein.
Dus werd het gebouw aan Bearsterdyk 3 uitgebreid met een derde klaslokaal, speciaal vanwege de komst van de leerlingen uit Weidum.
Daarmee ontstond feitelijk één school voor kinderen uit meerdere kleine dorpen.
En dat is de school die voor onze familie interessant wordt.
Foske
Foske werd geboren in 1934.
Toen zij rond haar zesde verjaardag de leeftijd bereikte waarop kinderen gewoonlijk naar de lagere school gingen, was het ongeveer 1940.
De Weidumer school was toen al jaren gesloten.
Als het gezin Huizinga op dat moment al in Weidum woonde, dan was Bears dus haar logische schoolbestemming.
Dat laatste voorbehoud wil ik bewust handhaven. Ik weet nog niet precies op welke datum het gezin in Weidum arriveerde en ik heb nog geen leerlingenregister gevonden waarin haar naam daadwerkelijk staat.
Maar zodra Foske tijdens haar lagere-schooljaren in Weidum woonde, behoorde zij tot precies de groep kinderen waarvoor Bearsterdyk 3 de aangewezen school was.
En er is nog iets bijzonders.
Een meester verhuisde mee
Bij de sluiting van de school in Weidum verdween niet al het onderwijs uit het dorp zonder spoor.
Meester H. Schilstra werkte in Weidum. Toen de school werd opgeheven, werd hij in 1934 overgeplaatst naar de school van Bears-Jellum.
Hij bleef daar vervolgens gedurende de gehele oorlog werkzaam. In juni 1946 kreeg hij eervol ontslag en op 1 februari 1947 nam hij afscheid. (Yumpu)
Daarmee ontstaat een mooie continuïteit.
De kinderen verloren hun school in Weidum, maar een van hun onderwijzers ging als het ware met hen mee naar Bears.
Als Foske tijdens de oorlog in Bears op school zat, waren zij en meester Schilstra dus in dezelfde kleine school aanwezig.
Of hij daadwerkelijk haar meester is geweest, weet ik niet.
Daarvoor hebben we een leerlingen- of klassenregister nodig.
Maar mogelijk heeft een man die ooit voor de klas stond in Weidum later ook lesgegeven aan het meisje dat zelf haar leven aan het onderwijs zou wijden.
Want Foske werd later onderwijzeres.
En uiteindelijk zelfs hoofdonderwijzeres.
Dat geeft dit stukje familiegeschiedenis voor mij een bijzondere draai.
Misschien begon haar eigen loopbaan in het onderwijs wel aan een schoolbank in Bears.
Anderhalve kilometer
Hoe Foske vanuit Weidum naar school ging, weten we evenmin.
Bears ligt niet ver weg — ongeveer anderhalve kilometer — maar voor een kind betekende het wel dat iedere schooldag het eigen dorp moest worden verlaten.
Lopend?
Op de fiets?
Samen met andere Weidumer kinderen?
Ik kan me van alles voorstellen, maar daarmee weet ik het nog niet.
Wel weten we dat die onderwijsverbinding tussen Weidum en Bears veel langer heeft bestaan. Ook tientallen jaren later gingen kinderen uit Weidum nog voor hun lagere onderwijs richting Bears. Tegenwoordig is de situatie weer anders: Weidum heeft inmiddels basisschool It Pertoer. (Weidum)
Het is dus een bijzonder stukje lokale geschiedenis: Weidum had een school, verloor die in 1934, stuurde vervolgens zijn kinderen naar Bears en kreeg veel later weer basisonderwijs in het eigen dorp.
En dan mijn vader
Bij mijn vader wordt het ingewikkelder.
Hij werd geboren op 18 augustus 1939.
Bij de Duitse inval in mei 1940 was hij nog geen negen maanden oud. In 1943 werd hij vier, in 1944 vijf en pas op 18 augustus 1945, enkele maanden na de bevrijding, werd hij zes.
Daarmee valt zijn leeftijd precies op een interessant kantelpunt.
Tijdens de oorlog kan hij niet jarenlang leerling van de lagere school in Bears zijn geweest. Daar was hij simpelweg te jong voor.
Maar ná de bevrijding wordt het mogelijk.
Als het gezin Huizinga in het najaar van 1945 nog in Weidum woonde, zou Bears ook voor hem de aangewezen lagere school zijn geweest. De school aan Bearsterdyk 3 functioneerde toen nog gewoon en meester Schilstra was er eveneens nog werkzaam. (Yumpu)
Het kan dus heel goed zijn dat mijn vader daar zijn eerste letters en cijfers heeft geleerd.
Maar het kan net zo goed zijn dat het gezin vóór zijn eerste echte schooldag alweer naar een volgende woonplaats was vertrokken.
Zonder de exacte verhuisdatum of een leerlingenregister kan ik dat niet beslissen.
Waarschijnlijk mogelijk is nog geen bewezen.
En de kleuterschool?
Dan blijft nog een andere mogelijkheid over.
Mijn vader was in Weidum jarenlang van kleuterleeftijd. Misschien ging hij dus vóór de lagere school al ergens naar kleuteronderwijs.
Maar daar ontstaat opnieuw een probleem.
Dat er later kleuteronderwijs in Weidum was, bewijst niet dat er tijdens de oorlogsjaren al een kleuterschool bestond. Ik heb tot nu toe geen betrouwbare bron gevonden waarmee ik kan aantonen dat mijn vader in bijvoorbeeld 1943, 1944 of 1945 in Weidum een kleuterschool kon bezoeken.
Daarom wil ik ook dat niet achteraf voor hem invullen.
Misschien was er een vorm van bewaarschool of kleuteronderwijs.
Misschien niet.
Misschien ging hij erheen.
Misschien speelde hij gewoon thuis en buiten totdat hij oud genoeg was voor de lagere school.
Op dit moment weten we het niet.
Walter zou daar waarschijnlijk weinig woorden aan vuilmaken.
“Ask the museum. Then find the records.”
Dat is voor één keer een uitstekend plan.
De school staat er nog
Er is nog iets waardoor dit verhaal voor mij minder abstract wordt.
Het voormalige schoolgebouw aan Bearsterdyk 3 bestaat nog.
De historische beschrijving van Open Monumentendag identificeert dit adres als de lagere school die in 1904 voor de kinderen uit Bears en Jellum werd gebouwd. Nadat de school in Weidum in 1934 werd opgeheven, kwamen ook de Weidumer kinderen hier terecht en werd het gebouw uitgebreid met een derde klaslokaal.
De huidige adresgegevens bevestigen dat Bearsterdyk 3 nog bestaat en dat het pand als bouwjaar 1904 heeft. Het heeft tegenwoordig een woon- en kantoorfunctie.
Daarmee is niet alleen bekend waar de Weidumer kinderen onderwijs kregen. Het gebouw waarin dat gebeurde is er nog.
Dat maakt vooral de geschiedenis van Foske bijzonder tastbaar.
Als het gezin Huizinga tijdens haar lagere-schooljaren al in Weidum woonde, was dit de school waar zij onderwijs kreeg. Gezien haar geboortejaar 1934 valt dat precies in de periode waarin de kinderen uit Weidum naar Bears werden gestuurd.
Bij mijn vader blijft het minder zeker.
Hij werd op 18 augustus 1945 zes jaar. Als het gezin toen nog in Weidum woonde, kan hij zijn lagere-schooltijd eveneens aan Bearsterdyk 3 zijn begonnen. Vertrok het gezin eerder, dan begon zijn schooltijd ergens anders.
En of hij vóór die tijd kleuteronderwijs heeft gevolgd, weten we evenmin. Voor het bestaan van een kleuterschool in Weidum tijdens de oorlogsjaren heb ik vooralsnog geen betrouwbare aanwijzing gevonden.
Het verschil tussen broer en zus is daarmee opmerkelijk.
Bij Foske zien we een meisje dat vanuit Weidum naar een school in een ander dorp moest en later zelf onderwijzeres en hoofdonderwijzeres zou worden.
Bij haar jongere broer weten we nog niet eens zeker of hij ooit in datzelfde schoolgebouw heeft gezeten.
Misschien heeft hij korte tijd dezelfde weg afgelegd als zijn zus.
Misschien niet.
Voorlopig blijft daar een vraagteken staan.
Walter zou waarschijnlijk opnieuw dezelfde oplossing aandragen:
“School records, Rob.”
Daar heeft hij gelijk in.
Want er is inmiddels verrassend veel bekend.
We weten waarom de school in Weidum verdween.
We weten dat de ouders zich tegen de sluiting verzetten.
We weten dat de Weidumer kinderen vervolgens naar Bears moesten.
We weten dat de school daar speciaal voor hen werd uitgebreid.
We weten waar die school stond.
We weten dat het gebouw nog bestaat.
We weten zelfs dat een onderwijzer uit Weidum na de sluiting naar Bears werd overgeplaatst en daar tijdens de oorlog bleef lesgeven.
En we weten dat Foske later zelf voor de klas zou staan.
Alleen van dat kleine jongetje, geboren in augustus 1939, ontbreekt nog dat ene stukje zekerheid.
Heeft mijn vader ook aan Bearsterdyk 3 in de schoolbank gezeten?
Misschien komt daar ooit nog een antwoord op.
Tot die tijd zet ik er geen punt achter.
Maar een vraagteken.
Bronnen
Open Monumentendag Leeuwarden 2019 — Bears, Bearsterdyk 3 (lagere school). Belangrijkste bron voor de geschiedenis van de schoolgebouwen in Bears. De brochure vermeldt de school aan Bearsterdyk 32 uit 1812, tegenwoordig d'Ald Skoalle, en de bouw in 1904 van de tweeklassige school aan Bearsterdyk 3 voor Bears en Jellum. Na de opheffing van de school in Weidum in 1934 gingen ook de Weidumer kinderen daar naar school en werd het gebouw uitgebreid met een derde lokaal.
Fryske Akademy — De schoolmeesters van Baarderadeel in de loop der tijden. Gebruikt voor de formele opheffing van de school in Weidum: het besluit van Gedeputeerde Staten, het beroep van de ouders, het Koninklijk Besluit van 13 juni 1934 en de definitieve sluiting op 1 oktober 1934. Ook gebruikt voor meester H. Schilstra, die van de opgeheven Weidumer school naar Bears-Jellum werd overgeplaatst en daar tot 1946/47 werkzaam bleef.
AlleCijfers.nl — Bearsterdyk, Bears. Gebruikt om te controleren of Bearsterdyk 3 tegenwoordig nog bestaat. De huidige adresgegevens vermelden voor het pand bouwjaar 1904 en een woon- en kantoorfunctie.
Weidum.eu — dorpsinformatie. Gebruikt voor de huidige situatie; tegenwoordig is basisschool It Pertoer gevestigd in Weidum. Dit gegeven is alleen gebruikt als hedendaagse vergelijking en niet als bewijs voor het onderwijs tijdens de oorlog.
Familiegegevens Huizinga. De geboortejaren van Foske en mijn vader en het gegeven dat Foske later onderwijzeres en hoofdonderwijzeres werd, komen uit mijn eigen familiegegevens. Daarvoor zijn bovenstaande externe bronnen niet gebruikt.
Privacy
Ik probeer zorgvuldig om te gaan met informatie over anderen. Mocht op deze pagina toch informatie staan die naar uw mening niet openbaar hoort te zijn, neem dan contact met mij op. Ik zal dit beoordelen en waar nodig aanpassen of verwijderen.
Over de afbeeldingen op deze pagina
Op deze pagina zijn bij enkele afbeeldingen AI-technieken gebruikt om historische situaties, locaties of gebeurtenissen visueel inzichtelijk te maken. Deze beelden zijn bedoeld als illustratie of reconstructie bij het verhaal.
Ze geven zo zorgvuldig mogelijk een indruk van hoe een situatie eruit kan hebben gezien, maar moeten niet worden beschouwd als authentieke historische foto’s of als een exacte weergave van de werkelijkheid.
Niet bij iedere afbeelding wordt afzonderlijk vermeld of AI is gebruikt. Met deze algemene toelichting wil ik daarover vooraf duidelijk en transparant zijn.