PENVRIENDEN
Een rubberboot, die
de nieuwsgierigheid naar mensen
en de wereld buiten Groningen
aanwakkerde.
Sommige herinneringen vervagen met de jaren, terwijl andere achteraf het begin blijken te zijn geweest van iets veel groters. Voor mij begon zoiets in de zomer van 1986.
Natuurlijk was die zomer niet zo magisch als die van 1981 – geen enkele zomer zou dat ooit worden – maar toch hing er iets bijzonders in de lucht. Het was de tweede keer dat mijn ouders en ik naar Denemarken gingen. Net als een jaar eerder verbleven we aan de oostkust van Jutland, niet ver van Århus en het kleine stadje Odder.
Op het strand raakte ik bevriend met een Deens meisje en haar vriendinnen. Veel praten konden we niet. Zij spraken nauwelijks Engels en ik geen Deens, maar met een rubberboot, een bal en het ondiepe water van de baai bleek een uitgebreide woordenschat ook niet echt noodzakelijk. Ik voer meestal wat rond terwijl zij balspellen speelden en af en toe probeerden we wat woorden uit te wisselen. Meer dan een paar zinnen werden het nooit, maar plezier hadden we wel.
Op een dag vonden de dames het bijzonder grappig om mij uit mijn rubberboot te kieperen. Ik lag in het water, zij lagen dubbel en daarmee was de internationale communicatie eigenlijk uitstekend geregeld.
Een paar dagen later kwam ik het meisje nog eens tegen. We groetten elkaar en gingen ieder weer onze eigen kant op. Na de vakantie was het contact natuurlijk voorbij; we hadden geen adressen uitgewisseld en ik wist niet eens hoe ze heette.
Juist dat bracht me op een idee. Hoe leuk zou het zijn om wél contact te hebben met mensen in Denemarken? Niet alleen tijdens een paar weken vakantie, maar gewoon vanuit Groningen.
Via een Deense penvriendenclub kwam ik aan adressen van voornamelijk Scandinavische meiden. Ik gaf daarbij aan dat ik vooral geïnteresseerd was in contacten rond Århus. Het meisje van die zomer leverde het niet op, maar wel iets wat uiteindelijk veel langer zou blijven: een nieuwe hobby.
Brieven en kaarten
vanuit allerlei landen,
vol verhalen, groeten
en bijzondere herinneringen.
Eind 1986 viel een van de eerste brieven op de deurmat. Die kwam uit Duitsland.
In die tijd was ik behoorlijk into Nena en de Neue Deutsche Welle – de Duitse New Wave. Via een artikel in een Nena-fanclubblad had ik het adres van een Duitse Nena-fan gevonden en in mijn beste Duits schreef ik haar een brief. Tot mijn verrassing schreef ze terug.
Wat begon als een gesprek over muziek groeide uit tot een jarenlange correspondentie. We wisselden tientallen brieven uit, samen met foto's, kaarten en af en toe iets bijzonders rond onze gezamenlijke belangstelling voor Nena.
En zij bleef bepaald niet de enige. In de jaren die volgden breidde mijn wereld zich langzaam uit. Er waren de trouwe Deense schrijfster, de Deense studente, een Nederlandse penvriendin, de briefschrijfster uit Beieren en verschillende anderen die voor kortere of langere tijd via de brievenbus mijn leven binnenkwamen.
Sommigen schreven een paar maanden, anderen jarenlang. Sommige correspondenties hielden ineens op, terwijl andere langzaam ten einde liepen. Dat hoorde kennelijk ook bij het hebben van penvrienden.
Iedere nieuwe envelop bracht ondertussen iets bijzonders mee: een handschrift dat je begon te herkennen, een andere postzegel, foto's, een ansichtkaart en soms een cassettebandje of een klein cadeautje. Maar bovenal waren er de verhalen over het dagelijks leven van iemand die honderden of duizenden kilometers verderop woonde.
Lang voordat internet dat allemaal vanzelfsprekend maakte, kwam de wereld bij mij gewoon door de brievenbus.
De Zweedse wereldreizigster
Een van de trouwste briefschrijfsters was en is de Zweedse wereldreizigster. Toen ik haar voor het eerst schreef, beweerde ik optimistisch dat ik graag mijn Zweeds wilde verbeteren. Er was alleen een klein probleem: ik sprak nauwelijks Zweeds.
Kennelijk vond ze dat geen bezwaar, want jarenlang bleven we schrijven. Terwijl haar leven zich steeds verder over de wereld verplaatste, bleven de brieven in Groningen aankomen. Soms waren ze zo lang dat ze meer weg hadden van kleine boeken dan van brieven.
Zo kon je in die tijd reizen zonder zelf van huis te gaan. Je schreef een brief, wachtte een paar weken en op een dag lag er ineens een envelop uit een ander deel van de wereld op de deurmat.
Na drie jaar schrijven kwam ze zelfs op bezoek in Groningen. Opeens was iemand die eerst alleen uit enveloppen, postzegels en pagina’s had bestaan, werkelijk aanwezig. Na een aantal dagen samen namen we afscheid in Amsterdam.
De Deense recordhouder
Van alle penvriendinnen was er één die wat aantallen betreft met afstand bovenaan stond: de Deense recordhouder.
In ongeveer zeven jaar stuurde ze mij meer dan tachtig brieven. Haar handschrift werd zo vertrouwd dat ik waarschijnlijk al aan de envelop kon zien van wie hij afkomstig was.
In dezelfde periode kwamen er ook brieven uit allerlei andere plaatsen en landen: uit Duitsland en Scandinavië, maar ook uit Nederland en uiteindelijk zelfs Brazilië. Iedere brief bracht opnieuw een klein stukje van een andere wereld naar Groningen.
Na zoveel jaren schrijven werd het steeds vanzelfsprekender om elkaar ook eens in werkelijkheid te ontmoeten. In 1994 kwam het ervan. Voor het eerst reisde ik helemaal alleen naar het buitenland, met de trein naar Denemarken.
Met de trein op weg
door Duitsland.
Einddoel:
Kopenhagen, Denemarken
Na zoveel jaren schrijven dacht je iemand behoorlijk goed te kennen, maar een brief bleek natuurlijk iets anders dan werkelijk tegenover elkaar zitten.
Achteraf begrijp ik beter wat er waarschijnlijk misging. Ik wilde zo graag een goede indruk maken dat ik misschien wat geforceerd overkwam en daardoor te veel lette op ieder woord, iedere beweging en ieder gesprek.
Op papier had je alle tijd van de wereld. Je kon een zin opnieuw schrijven, een vel papier verscheuren en desnoods de volgende dag verdergaan. In een echt gesprek bestond geen gum.
Toen ik weer naar huis reisde, voelde ik dat onze ontmoeting anders was verlopen dan ik vooraf had gehoopt. Niet lang daarna kwam er nog een brief waarin ze liet weten dat ze onze correspondentie wilde beëindigen.
Na ongeveer zeven jaar schrijven voelde het alsof de titel van het bekende nummer Seven Seconds voor mij was veranderd in Seven Years.
Jammer, natuurlijk, maar ook dat hoorde uiteindelijk bij het avontuur. Eén minder geslaagde ontmoeting betekende bovendien niet dat je penvriendinnen maar beter uitsluitend op papier kon houden.
Kopenhagen
Eind jaren negentig was ik opnieuw in Denemarken en besloot ik tijdens mijn vakantie een andere Deense penvriendin te bellen. We spraken af in Kopenhagen en wandelden een middag lang door de stad terwijl we praatten over alles en niets.
Geen stapels briefpapier en geen weken wachten op een antwoord; dit keer stonden we gewoon tegenover elkaar en konden we meteen reageren.
Daarna stapte ik weer op trein en bus richting mijn camping. Later kwamen zij en een gemeenschappelijke Deense vriendin naar Groningen en natuurlijk bezochten we samen Amsterdam. Dat hoorde er nu eenmaal bij.
De penvriendenwereld begon zich daarmee steeds meer van het papier naar de werkelijkheid te verplaatsen.
En het verste moest nog komen.
Het tegenbezoek.
Mijn eerste vliegreis.
Na een dag reizen,
Land of Oz, Down Under.
In 2000 bezocht ik de Zweedse wereldreizigster, die inmiddels aan de andere kant van de wereld woonde: Australië.
Ooit was ons contact begonnen met een brief en mijn optimistische mededeling dat ik mijn vrijwel niet-bestaande Zweeds wilde verbeteren. Jaren later stapte ik aan de andere kant van de wereld uit een vliegtuig.
Een maand lang reisde ik door Australië. Het werd een geweldige ervaring en misschien wel het mooiste bewijs van hoe ver een eenvoudige brief uiteindelijk kon reiken.
" M e e r d a n 3 7 0 b r i e v e n "
Als ik terugkijk op al die jaren, zie ik vooral papier voor me. Heel veel papier: meer dan 370 ontvangen brieven, ontelbare kaarten, foto's, cassettebandjes, kleine cadeautjes en vooral verhalen uit Denemarken, Duitsland, Zweden, Nederland, Brazilië, Australië en nog veel meer plaatsen.
Sommige contacten duurden kort, andere bleven jarenlang bestaan. Uiteindelijk verdwenen ook de brieven langzaam uit mijn leven. E-mail en internet maakten de wereld sneller en kleiner en weken wachten op een antwoord werd steeds minder vanzelfsprekend.
Maar juist dat wachten hoorde bij de charme. Je hoorde de brievenbus, zag een envelop liggen en herkende soms onmiddellijk het handschrift. Even kwam er dan een ander stukje van de wereld Groningen binnen.
En te bedenken dat het allemaal begon met een paar woorden die we nauwelijks met elkaar konden uitwisselen op een Deens strand. Meer dan vijftien jaar later waren er ruim 370 brieven uit verschillende delen van de wereld door mijn brievenbus gevallen.
Niet slecht voor een hobby die begon met een onverwachte duik uit een rubberboot.